Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN3630

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-08-2010
Datum publicatie
10-08-2010
Zaaknummer
08-5248 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag verhoging van WAO-uitkering wegens toegenomen krachten. De in hoger beroep benoemde deskundige kan zich volledig verenigen met de door de verzekeringsarts per 1 maart 2007 vastgestelde belastbaarheid van appellant. Oordeel deskundige wordt gevolgd. De belastbaarheid is juist vastgesteld. Het Uwv heeft terecht met toepassing van artikel 39a van de WAO de aanvraag van appellant afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/5248 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 24 juli 2008, 07/1356(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. N.A.M.H. Fiori hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De door de Raad als deskundige voor het instellen van een onderzoek benoemde orthopedisch chirurg dr. J.B.A. van Mourik op 19 januari 2010 heeft over de gezondheidstoestand op 1 maart 2007 van appellant gerapporteerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni 2010. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door P.J.L.H. Coenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant ontving, ten gevolge van rug-, knie- en nekklachten sedert 15 april 1999 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), laatstelijk met ingang van 7 augustus 2006 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

1.2. Appellant heeft verzocht om verhoging van zijn WAO-uitkering vanwege sedert 1 maart 2007 toegenomen klachten. Naar aanleiding van zijn aanvraag heeft verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden met de conclusie dat er geen sprake is van wijziging in de beperkingen van appellant sedert de laatste beoordeling per 7 augustus 2006. Bij besluit van 23 mei 2007 heeft het Uwv de aanvraag afgewezen. Het door appellant tegen dit besluit gemaakte bezwaar is door het Uwv in navolging van het standpunt van een bezwaarverzekeringsarts, dat appellant vanaf 1 maart 2007 niet tenminste onafgebroken vier weken toegenomen arbeidsongeschikt is te achten, bij besluit van 8 augustus 2007 (hierna: bestreden besluit) met toepassing van artikel 39a van de WAO ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft gelet op alle voorhanden medische gegevens geen aanknopingspunten gevonden om de onderzoeken door de (bezwaar)verzekeringsarts onvoldoende zorgvuldig te achten dan wel de conclusies uit die onderzoeken in twijfel te trekken. De rechtbank sluit zich aan bij het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts, dat in het op verzoek van appellant uitgebrachte rapport van 3 april 2008 van dr. Ph.J. Edixhoven, orthopedisch chirurg, conclusies worden getrokken ten aanzien van de voor appellant geldende medische beperkingen, die niet worden gedragen door de onderzoeksbevindingen van die orthopedisch chirurg. De rechtbank heeft hieraan toegevoegd dat de omstandigheid dat in de beleving van appellant zijn klachten zijn toegenomen, niet hoeft te betekenen dat zijn beperkingen in de zin van de WAO zijn toegenomen.

3. Appellant heeft in hoger beroep herhaald dat sedert 1 maart 2007 sprake is van toegenomen beperkingen en ter ondersteuning van zijn standpunt wederom gewezen op het rapport van dr. Edixhoven van 3 april 2008.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad heeft in de beschikbare gedingstukken aanleiding gezien orthopedisch chirurg Van Mourik als deskundige te benoemen voor het instellen van een onderzoek. Deze deskundige heeft appellant onderzocht en kennis genomen van de in dit geding beschikbare medische gegevens, waaronder die welke afkomstig zijn van dr. Edixhoven. In zijn rapport van 19 januari 2010 heeft Van Mourik gesteld dat er sprake is van degeneratie van de lumbale wervelkolom zonder radiculaire component en dat bij lichamelijk onderzoek geen objectiveerbare afwijkingen te vinden zijn aan de nek en de knieƫn. Van Mourik kan zich volledig verenigen met de door de verzekeringsarts per 1 maart 2007 vastgestelde belastbaarheid van appellant.

4.2. Volgens vaste rechtspraak pleegt de Raad het oordeel van een onafhankelijke door hem ingeschakelde deskundige te volgen, mits de deskundige zijn bevindingen en conclusies op inzichtelijke wijze en naar behoren heeft gemotiveerd. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan in dit geval van dat uitgangspunt zou moeten worden afgeweken is de Raad niet gebleken. De Raad is van oordeel dat het door Van Mourik verricht onderzoek volledig en zorgvuldig is geweest.

4.3. Hieruit vloeit voort dat de Raad van oordeel is dat het Uwv de belastbaarheid van appellant op en na 1 maart 2007 juist heeft vastgesteld. Dit leidt tot de conclusie dat het Uwv terecht met toepassing van artikel 39a van de WAO de aanvraag van appellant heeft afgewezen. Het hoger beroep slaag niet en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2010.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) M.A. van Amerongen.

EV