Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN3510

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-08-2010
Datum publicatie
10-08-2010
Zaaknummer
09-6179 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongewijzigd vaststelling WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Appellant is er ook in hoger beroep niet in geslaagd aannemelijk te maken dat zijn beperkingen zijn onderschat. De primaire verzekeringsarts heeft al vrij forse psychische en fysieke beperkingen aangenomen. Van een ernstige psychiatrische problematiek is bij appellant evenwel geen sprake. De eerder vastgestelde agressiedysregulatie blijkt nog nauwelijks te bestaan, terwijl er evenmin verschijnselen zijn van een depressieve stoornis. Ten aanzien van de geclaimde fysieke beperkingen geldt volgens genoemde bezwaarverzekeringsarts in grote lijnen hetzelfde: er zijn aspecifieke klachten die eigenlijk niet te objectiveren zijn. De medische situatie en de diagnose zoals beschreven in het rapport van de psychiater hebben geen betrekking op de datum in geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/6179 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] wonende te [woonplaats]hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 september 2009, 09/144 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 6 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.J. Mechielsen, advocaat te Hoogvliet, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juni 2010. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. H. van Wijngaarden.

II. OVERWEGINGEN

1.1 Appellant is in februari 1993 wegens surmenage en rugklachten uitgevallen voor zijn werk als sleutelaar. Ingaande 15 februari 1994 is hij in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke uitkering laatstelijk is berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

1.2 Bij besluit van 29 mei 2008 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant ongewijzigd vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

1.3 Bij besluit van 2 december 2008, hierna: het bestreden besluit, is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 29 mei 2008 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Voorts heeft de rechtbank geen reden gezien om het medisch oordeel dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt, voor onjuist te houden. Appellant heeft geen medische informatie, bijvoorbeeld van de behandelend sector, overgelegd die zijn standpunt dat er voor hem meer beperkingen moeten worden vastgesteld, bevestigt. Ten slotte heeft de rechtbank zich ook kunnen verenigen met de bij de schatting gebruikte functies. De bezwaararbeidsdeskundige heeft, aldus de rechtbank, in haar rapport van 12 november 2008 per functie gemotiveerd dat de belastbaarheid van de functies overeenkomt met de voor appellant vastgestelde beperkingen.

3.1 Appellant heeft in hoger beroep een rapport van zijn behandelend psychiater R.W. Jessurun van 15 september 2009 overgelegd. Dit rapport moet naar de mening van appellant aanleiding geven tot herziening van de mate van zijn arbeidsongeschiktheid.

3.2 De Raad overweegt in de eerste plaats, mede onder verwijzing naar hetgeen de gemachtigde van het Uwv daarover desgevraagd ter zitting heeft aangegeven, dat hij met die gemachtigde ervan uitgaat dat als datum met ingang waarvan bij het bestreden besluit de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant ongewijzigd is vastgesteld - welke datum noch bij het primaire besluit noch bij het bestreden besluit expliciet wordt vermeld - moet worden uitgegaan van 29 mei 2008, zijnde de datum waarop de arbeidsdeskundige verslag heeft uitgebracht van zijn onderzoek en waarop ook het primaire besluit is gedateerd.

3.3 Voorts is de Raad van oordeel dat appellant er ook in hoger beroep niet in geslaagd is aannemelijk te maken dat zijn beperkingen - het gaat daarbij kennelijk, gezien het beroep op het rapport van psychiater Jessurun, in het bijzonder nog om de gestelde beperkingen op het psychische vlak - zijn onderschat.

3.4 Aan het rapport van bezwaarverzekeringsarts J.H.M. de Brouwer van 30 oktober 2008, die appellant ook zelf heeft onderzocht, ontleent de Raad dat de primaire verzekeringsarts al vrij forse psychische en fysieke beperkingen heeft aangenomen. Van een ernstige psychiatrische problematiek is bij appellant evenwel geen sprake. De eerder vastgestelde agressiedysregulatie blijkt nog nauwelijks te bestaan, terwijl er evenmin verschijnselen zijn van een depressieve stoornis. Ten aanzien van de geclaimde fysieke beperkingen geldt volgens genoemde bezwaarverzekeringsarts in grote lijnen hetzelfde: er zijn aspecifieke klachten die eigenlijk niet te objectiveren zijn.

3.5 De Raad heeft geen aanknopingspunten om deze beschouwingen en conclusies van bezwaarverzekeringsarts De Brouwer voor onjuist te houden. Zulke aanknopingspunten acht de Raad met name ook niet gelegen in het rapport van pychiater Jessurun.

3.6 In dat rapport wordt onder meer vermeld dat appellant meerdere psychotraumata heeft doorgemaakt, de laatste keer op 21 juli 2009, toen hij in zijn huis door drie mannen werd overvallen. As gevolg daarvan heeft appellant herbelevingen, is hij bang over straat te gaan, kan hij ’s nachts niet in slaap komen en voelt hij zich voortdurend bedreigd. Appellant is, aldus Jessurun, achterdochtig en angstig waardoor hij niets durft te ondernemen. Met name door het incident op 21 juli 2009 maakt hij nog altijd een verwarde en onzekere indruk.

3.7 Bezwaarverzekeringsarts J.B. van der Heemst heeft in zijn rapport van 23 december 2009 opgemerkt dat de medische situatie en de diagnose zoals beschreven in het rapport van Jessurun geen betrekking hebben op de datum in geding en dat dit rapport derhalve geen nieuwe medische informatie bevat met betrekking tot die datum. De Raad acht deze reactie juist. Het geweldsincident waarop Jessurun zijn bevindingen en conclusies heeft gebaseerd, heeft immers na de in deze procedure ter beoordeling voorliggende datum 29 mei 2008 plaatsgevonden.

3.8 Aldus ervan uitgaande dat de medische beperkingen van appellant ten tijde in geding niet zijn onderschat, heeft ook de Raad ten slotte geen aanleiding om de passendheid van de bij de schatting in aanmerking genomen functies in twijfel te trekken.

4. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2010.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) A.L. de Gier.

RK