Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN3486

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-08-2010
Datum publicatie
09-08-2010
Zaaknummer
09-755 WWB + 09-756 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning bijstand naar de norm voor een echtpaar dat in een inrichting verblijft. Noch de tekst van de artikelen 22 en 23 van de WWB noch de toelichting daarop bieden volgens de rechtbank (en de Raad) steun voor de opvatting van appellanten dat artikel 22 een lex specialis vormt ten opzichte van artikel 23, in die zin dat 65-plussers die in een inrichting verblijven, wel recht hebben op bijstand ter hoogte van de ouderennorm.

Wetsverwijzingen
Participatiewet
Participatiewet 22
Participatiewet 23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2010/306

Uitspraak

09/755 WWB

09/756 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellanten] wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 11 december 2008, 08/4355 (hierna: de aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellanten

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen (hierna: College)

Datum uitspraak: 3 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. P.A. Aan de Kerk, advocaat te Groesbeek, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 22 juni 2010, waar partijen, zoals tevoren bericht, niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellanten zijn ouder dan 65 jaar en wonen in een inrichting als bedoeld in - ten tijde hier in geding - artikel 1, onder g, ten eerste, van de Wet werk en bijstand (WWB).

1.2. Bij besluit van 21 maart 2008 heeft het College aan appellanten met toepassing van artikel 23 van de WWB bijstand toegekend naar de norm voor een echtpaar dat in een inrichting verblijft, tot een bedrag van € 436,50 per maand met een zorgtoeslag tot een bedrag van € 77,00 per maand.

1.3. Bij besluit van 26 augustus 2008 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 21 maart 2008 ongegrond verklaard. Hieraan heeft het College ten grondslag gelegd dat appellanten niet in aanmerking komen voor bijstand naar de hogere bijstandsnorm voor belanghebbenden van 65 jaar en ouder met toepassing van artikel 22 van de WWB (hierna: de ouderennorm) omdat zij in een inrichting verblijven als bedoeld in 1.1.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 26 augustus 2008 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat artikel 23 van de WWB geen onderscheid maakt tussen 65-minners en 65-plussers en dat dit artikel een aparte lagere bijstandsnorm bevat voor belanghebbenden die verblijven in een inrichting. De rechtbank acht dit verklaarbaar omdat personen die ter verpleging of verzorging in een inrichting verblijven niet worden geconfronteerd met aan aantal belangrijke bestaanskosten. Noch de tekst van de artikelen 22 en 23 van de WWB noch de toelichting daarop bieden volgens de rechtbank steun voor de opvatting van appellanten dat artikel 22 een lex specialis vormt ten opzichte van artikel 23, in die zin dat 65-plussers die in een inrichting verblijven, wel recht hebben op bijstand ter hoogte van de ouderennorm. Daaraan doet niet af dat 65-plussers, die inwonen bij hun kinderen, wel in aanmerking komen voor bijstand naar de laatstgenoemde norm.

3. Appellanten hebben zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad kan zich geheel verenigen met het oordeel van de rechtbank in de aangevallen uitspraak en de overwegingen waarop dit oordeel is gebaseerd, en hij maakt deze dan ook tot de zijne. De Raad voegt hieraan toe dat hetgeen appellanten in hoger beroep hebben aangevoerd een herhaling is van hetgeen zij in beroep naar voren hebben gebracht.

4.2. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter en J.M.A. van der Kolk-Severijns en O.L.H.W.I. Korte als leden, in tegenwoordigheid van J. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2010.

(get.) C. van Viegen.

(get.) J. de Jong.

AV