Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN3323

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-07-2010
Datum publicatie
06-08-2010
Zaaknummer
09-5716 WUBO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Niet tijdig indienen hogerberoepschrift. Geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding niet verwijtbaar is. Appellant had binnen de beroepstermijn een beroepschrift op (gedeeltelijk) nader aan te voeren gronden kunnen indienen of zich ten minste anderszins tot de Raad kunnen wenden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5716 WUBO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

Datum uitspraak: 22 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 17 van de Beroepswet van 18 februari 2010 heeft de Raad het beroep van appellant tegen het besluit van verweerster van 31 augustus 2009 niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 18 februari 2010 heeft A. Toutenhoofd, werkzaam bij ABVAKABO, namens appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 10 juni 2010, waar partijen met voorafgaand bericht niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 18 februari 2010 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig beroep tegen het besluit van 31 augustus 2009 kon worden ingesteld, is 12 oktober 2009. Het beroepschrift van appellant, gedateerd 13 oktober 2009, is op 16 oktober 2009 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Op grond van artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring desondanks achterwege, indien de indiener van het beroepschrift niet kan worden verweten dat de termijn is overschreden.

In het verzetschrift heeft appellant verklaard dat hij afhankelijk was van een verklaring van de huisarts voordat hij beroep kon instellen. Die verklaring, gedateerd 12 oktober 2009, heeft hij op 13 oktober 2009 ontvangen.

De Raad ziet hierin geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding niet verwijtbaar is. Appellant had binnen de beroepstermijn een beroepschrift op (gedeeltelijk) nader aan te voeren gronden kunnen indienen of zich ten minste anderszins tot de Raad kunnen wenden.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2010.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R. Groothuis.

JvS