Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN3319

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-07-2010
Datum publicatie
06-08-2010
Zaaknummer
09-6911 WUBO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Niet tijdig indienen hogerberoepschrift. Onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat appellante gedurende de - gehele - beroepstermijn niet in de gelegenheid was een beroepschrift op te (laten) stellen en vervolgens in te dienen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6911 WUBO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen:

[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),

en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

Datum uitspraak: 22 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 17 van de Beroepswet van 8 april 2010 heeft de Raad het beroep van appellante tegen het besluit van verweerster van 5 november 2009 niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 8 april 2009 heeft appellante verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juni 2010. Appellante was aanwezig, bijgestaan door [H.]. Verweerster is met voorafgaand bericht niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 8 april 2010 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig beroep tegen het besluit van 5 november 2009 kon worden ingesteld, is 17 december 2009. Het beroepschrift van appellante, gedateerd 18 december 2009, is op 24 december 2009 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Op grond van artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring desondanks achterwege, indien de indiener van het beroepschrift niet kan worden verweten dat de termijn is overschreden.

Appellante heeft in het verzetschrift en ter zitting verklaard dat zij door de permanente intensieve zorg voor haar dochter, die aan een ernstige persoonlijkheidsstoornis lijdt, niet in de gelegenheid was tijdig een beroepschrift in te dienen. Daarbij is in het bijzonder verwezen naar de acute situatie die eind 2009 tijdens de feestdagen ontstond.

De Raad ziet, met alle begrip voor de moeilijke omstandigheden waarin appellante verkeert, hierin onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat appellante gedurende de - gehele - beroepstermijn niet in de gelegenheid was een beroepschrift op te (laten) stellen en vervolgens in te dienen. De acute situatie waarnaar appellante heeft verwezen, deed zich pas na het verstrijken van de beroepstermijn voor. Ook heeft appellante geen verklaring kunnen geven voor het feit dat zij - kennelijk - wel één dag na het verstrijken van de beroepstermijn een beroepschrift kon opstellen, en daarvoor niet.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2010.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R. Groothuis.

JvS