Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN3029

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-07-2010
Datum publicatie
02-08-2010
Zaaknummer
09-3884 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3884 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 juni 2009, 09/81 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 30 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Op 6 mei 2010 heeft mr. Kuit een schrijven van appellantes maatschappelijk werkster aan de Raad gestuurd. Namens het Uwv heeft bezwaarverzekeringsarts P. van de Merwe daarop gereageerd.

Op 21 mei 2010 heeft appellante een behandelplan van Bavo Europoort van 21 april 2010 aan de Raad gestuurd. Op dit schrijven is op 1 juni 2010 door het Uwv gereageerd.

Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven een onderzoek ter zitting van de Raad achterwege te laten. Gelet op de verleende toestemming heeft de Raad het onderzoek gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is laatstelijk werkzaam geweest als sociaal cultureel werkster. Op 21 februari 1991 heeft zij zich ziekgemeld wegens diverse lichamelijke klachten en spanningsklachten. Later zijn psychische klachten ontstaan.

1.2. Na het doorlopen van de wettelijke wachttijd is aan appellante een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.3. Bij besluit van 14 juli 2008 is de WAO-uitkering van appellante met ingang van 15 september 2008 herzien en vastgesteld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 55 tot 65%.

2. Bij besluit van 18 december 2008 (hierna: bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 14 juli 2008 ongegrond verklaard.

3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - kort samengevat – overwogen dat er geen aanleiding is om de onderzoeken van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende zorgvuldig te achten of te oordelen dat deze de getrokken conclusies niet kunnen dragen. Uit de door appellante overgelegde informatie van BAVO Europoort blijkt niet dat er bij appellante als gevolg van ziekte of gebreken helemaal geen benutbare arbeidsmogelijkheden zijn.

4. Het hoger beroep van appellante is gericht tegen de medische grondslag van het bestreden besluit. Appellante stelt zich op het standpunt dat het medisch onderzoek van het Uwv onvoldoende zorgvuldig is geweest. Er had nader onderzoek moeten worden gedaan door een psychiater en/of psycholoog, dat onderzoek zou hebben uitgewezen dat er nog altijd sprake is van een situatie van geen duurzaam benutbare mogelijkheden.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2. De Raad heeft geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de medische grondslag berust op een zorgvuldig onderzoek. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat verzekeringsarts P.M. Dekkers appellante op het spreekuur heeft gezien. Deze arts kwam na onderzoek tot de conclusie dat er geen sprake was van een uitzonderingssituatie volgens de Standaard Geen Duurzaam Benutbare Mogelijkheden. Wel achtte Dekkers een (preventieve) medische indicatie voor een urenbeperking aanwezig en nam zij diverse beperkingen op in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren. Bezwaarverzekeringsarts J.H.M. de Brouwer heeft appellante tijdens de hoorzitting gezien en heeft tijdens de bezwaarprocedure ingebrachte informatie van BAVO Europoort in de heroverweging betrokken.

5.3. Ook ziet de Raad in de beschikbare gegevens geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het Uwv de beperkingen van appellante heeft onderschat. In reactie op de door appellante in hoger beroep ingebrachte informatie heeft bezwaarverzekeringsarts Van de Merwe gesteld dat dit geen medische informatie betreft die een ander licht werpt op appellantes geclaimde onvermogen en dat er dan ook geen reden is tot het innemen van een ander standpunt. Gelet op het vorenstaande onderschrijft ook de Raad de medische grondslag van het bestreden besluit.

5.4. Aldus uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid bestaat evenmin grond om ervan uit te gaan dat de aan appellante voorgehouden functies voor haar in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn.

6. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

7. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2010.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) M.H.A. Uri.

RK