Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN2562

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-07-2010
Datum publicatie
28-07-2010
Zaaknummer
09-2464 AOW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Griffierecht is niet betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2464 AOW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant] wonende te Marokko, (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 maart 2009, 07/2714 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)

Datum uitspraak: 22 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 8 oktober 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 8 oktober 2009 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 10 juni 2010, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 8 oktober 2009 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de daartoe overeenkomstig de wettelijke voorschriften aan appellant gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.

In zijn verzetschrift heeft appellant geen verklaring gegeven voor het feit dat hij het griffierecht niet heeft betaald. Wel heeft hij verzocht hem opnieuw in de gelegenheid te stellen het griffierecht te voldoen. Nu dit verzoek is gedaan na het verstrijken van de aan appellant gestelde termijn en ook geen sprake is van eerder, wel binnen de gestelde termijn gedaan verzoek, bestaat hiervoor echter geen grond.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2010.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R. Groothuis.

AV