Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN2416

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-07-2010
Datum publicatie
27-07-2010
Zaaknummer
09-6196 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de medische grondslag berust op een zorgvuldig onderzoek. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de bezwaarverzekeringsarts bij de hoorzitting aanwezig is geweest. Daarnaast heeft de bezwaarverzekeringsarts de door hem opgevraagde informatie van de huisarts bij zijn beoordeling betrokken. Naar aanleiding van deze informatie heeft de bezwaarverzekeringsarts de Functionele Mogelijkheden Lijst aangepast. Aldus uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid bestaat evenmin grond om ervan uit te gaan dat de aan appellant voorgehouden functies voor hem in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6196 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 7 oktober 2009, 09/1130 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.H. Pelle, advocaat te 's-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven een onderzoek ter zitting van de Raad achterwege te laten. Gelet op de verleende toestemming heeft de Raad het onderzoek gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is laatstelijk werkzaam geweest als algemeen medewerker bij een architectenbureau. Op 11 februari 2002 heeft hij zich ziekgemeld wegens psychische klachten.

1.2. Na het doorlopen van de wettelijke wachttijd is aan appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.

1.3. Bij besluit van 2 juli 2008 is de WAO-uitkering van appellant met ingang van 3 september 2008 ingetrokken, op de grond dat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid is afgenomen naar minder dan 15%.

2. Bij besluit van 29 januari 2009 (hierna: bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 2 juli 2008 ongegrond verklaard.

3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - kort samengevat - overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en dat het besluit op een juiste medische grondslag berust. Ten aanzien van de arbeidskundige grondslag heeft de rechtbank geen aanknopingspunten gezien om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellant ongeschikt te achten. De bij die functies voorkomende signaleringen zijn naar het oordeel van de rechtbank afdoende gemotiveerd met het arbeidskundige rapport van 23 januari 2009.

4. Het hoger beroep van appellant is gericht tegen de medische grondslag van het bestreden besluit. In hoger beroep heeft de gemachtigde van appellant de in eerdere fasen van de procedure aangevoerde gronden in essentie herhaald. Appellant is van oordeel dat het Uwv zijn beperkingen op het psychische vlak heeft onderschat. Dientengevolge acht appellant zich niet in staat om de geduide functies te verrichten.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2. De Raad heeft geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de medische grondslag berust op een zorgvuldig onderzoek. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de bezwaarverzekeringsarts bij de hoorzitting aanwezig is geweest. Daarnaast heeft de bezwaarverzekeringsarts de door hem opgevraagde informatie van de huisarts bij zijn beoordeling betrokken. Naar aanleiding van deze informatie heeft de bezwaarverzekeringsarts de Functionele Mogelijkheden Lijst aangepast. Appellant heeft in hoger beroep informatie in geding gebracht van PsyQ. Bezwaarverzekeringsarts F.L. Van Duijn heeft in reactie hierop aangegeven dat de informatie deels bekend was en dat deze geen ander licht werpt op het medisch toestandsbeeld van appellant rond de datum in geding. Gelet op het voorgaande onderschrijft ook de Raad de medische grondslag van het bestreden besluit.

5.3. Aldus uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid bestaat evenmin grond om ervan uit te gaan dat de aan appellant voorgehouden functies voor hem in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn.

6. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

7. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2010.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) M.H.A. Uri.

RK