Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN2402

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-07-2010
Datum publicatie
27-07-2010
Zaaknummer
09-6014 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Juistheid medische grondslag. Zorgvuldig medisch onderzoek. Het verzekeringsgeneeskundig protocol Whiplash associated disorder I/II is op 1 april 2009 in werking getreden. De verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts hebben daarmee bij hun onderzoeken in 2008 uiteraard geen rekening kunnen houden. Geen onderschatting beperkingen. Nu appellante haar stellingen met betrekking tot het verwachte excessieve ziekteverzuim in verband met hoofdpijnklachten alsmede de gestelde bijwerkingen van het medicijngebruik niet met medische gegevens heeft onderbouwd ziet de Raad geen aanknopingspunten om de FML voor onjuist te houden. Geschiktheid functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6014 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 16 september 2009, 08/5376 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld. Bij brief van 30 november 2009 heeft mr. P.J. van der Meulen, advocaat te Tilburg, zich als gemachtigde gesteld en de gronden van het hoger beroep aangevuld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 25 juni 2010. Appellante en haar gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Namens het Uwv is verschenen A. Ooms.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Nadat appellante in februari 1999 haar werkzaamheden als industrieel spuiter wegens hoofdpijn en fysieke en mentale klachten ten gevolge van een whiplashtrauma had moeten staken, is zij met ingang van 7 februari 2000 in aanmerking gebracht voor een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. In het kader van een herbeoordeling heeft de verzekeringsarts J.A.J. Schepman dossierstudie verricht en appellante onderzocht tijdens een spreekuurcontact. Appellante heeft daarbij aangegeven dat zij nog steeds last heeft van nekklachten, hoofdpijn, verminderde concentratie en vermoeidheid. Zij werkt 4 uur per dag als begeleidster van gehandicapten en dat kost haar veel moeite. In zijn rapport van 24 september 2007 heeft Schepman geconcludeerd dat de beperkingen ten opzichte van de vorige beoordeling in 2005 niet zijn gewijzigd. Er is sprake van enige beperkingen ten aanzien van zware dynamische en statische nekbelasting. De belastbaarheid van appellante is weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 24 september 2007. Vervolgens heeft arbeidsdeskundige H. Gerrits na functieduiding het verlies aan verdienvermogen berekend op 24%. Bij het besluit van 3 april 2008 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellante met ingang van 4 juni 2006 herzien en vastgesteld in de klasse 15 tot 25%.

1.3. Eveneens bij besluit van 3 april 2008 heeft het Uwv de re-integratievisie voor appellante vastgesteld.

1.4. Appellante heeft tegen beide besluiten van 3 april 2008 bezwaar gemaakt.

2. In de bezwaarfase heeft bezwaarverzekeringsarts J.L. Waasdorp dossierstudie verricht, de hoorzitting bijgewoond en aansluitend bij appellante een medisch onderzoek verricht. De bezwaarverzekeringsarts heeft tevens kennis genomen van de door appellante overgelegde informatie van de huisarts K.J.M. Dirken-Heukensfeldt Jansen van

21 december 1995 en van de neuroloog M.A.M. Bomhof van 20 april 2007, alsmede van de door hem opgevraagde informatie van de huisarts G. van der Spank van 21 augustus 2008. Na weging van de beschikbare medische gegevens heeft de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapport van 12 september 2008 geconcludeerd dat er geen reden is om af te wijken van het primaire oordeel. Omdat de FML niet volgens de instructies was ingevuld heeft de bezwaarverzekeringsarts op 2 oktober 2008 de FML aangepast. Bij besluit van 3 oktober 2008 heeft het Uwv de bezwaren van appellante tegen de besluiten van 3 april 2008 ongegrond verklaard.

3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het besluit van 3 oktober 2008 (hierna: het bestreden besluit) gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, met veroordeling van het Uwv in de proceskosten van appellante en met de bepaling dat aan haar het griffierecht dient te worden vergoed. Ten aanzien van de medische grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank overwogen dat op grond van de beschikbare gegevens moet worden aangenomen dat de verzekeringsartsen niet te geringe beperkingen hebben vastgesteld. Ten aanzien van de arbeidskundige grondslag heeft de rechtbank geoordeeld dat het Uwv pas in de beroepsfase voldoende heeft gemotiveerd dat de belasting van de geduide functies binnen de belastbaarheid van appellante blijft.

4.1. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij vanwege haar klachten volledig arbeidsongeschikt moet worden geacht. Appellante is van mening dat de verzekeringsarts in het onderzoek onvoldoende heeft aangesloten bij het protocol Whiplash associated disorder I/II. Appellante heeft veelvuldig ernstige hoofdpijnklachten en migraineaanvallen die, gelet op de frequentie, zullen leiden tot een zodanig excessief ziekteverzuim dat van een werkgever niet verwacht kan worden haar in dienst te nemen. Tenslotte heeft appellante gesteld dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met de bijwerkingen van het gebruik van het medicijn Amitriptyline.

4.2. De Raad heeft geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. De Raad is van oordeel dat het verrichte medisch onderzoek zorgvuldig is te achten. Appellante is door de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts onderworpen aan een lichamelijk en psychisch onderzoek. In bezwaarfase heeft de bezwaarverzekeringsarts de door appellante overgelegde medische informatie en de door hem opgevraagde informatie van de huisarts bij zijn onderzoek betrokken.

4.3. Het beroep dat appellante heeft gedaan op het verzekeringsgeneeskundig protocol Whiplash associated disorder I/II ziet de Raad reeds hierom niet slagen nu dit protocol eerst in werking is getreden op 1 april 2009. De verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts hebben daarmee bij hun onderzoeken in 2008 uiteraard geen rekening kunnen houden.

4.4. Evenals de rechtbank ziet ook de Raad geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het Uwv de beperkingen van appellante heeft onderschat. Nu appellante haar stellingen met betrekking tot het verwachte excessieve ziekteverzuim in verband met hoofdpijnklachten alsmede de gestelde bijwerkingen van het medicijngebruik niet met medische gegevens heeft onderbouwd ziet de Raad geen aanknopingspunten om de FML voor onjuist te houden.

4.5. Wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit is de Raad evenals de rechtbank van oordeel dat de geschiktheid van appellante voor de haar voorgehouden functies uiteindelijk voldoende is toegelicht.

5. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2010.

(get.) J.W. Schuttel.

get.) A.L. de Gier.

JL