Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN2383

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-07-2010
Datum publicatie
27-07-2010
Zaaknummer
09-6345 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Beperkingen van appellant zijn niet onderschat. Wat betreft de medische geschiktheid van appellant voor de geduide functies onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6345 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 9 oktober 2009, 08/662 en 08/663 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.W. van de Wege, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en daarbij een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig rapport overgelegd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juni 2010. Appellant is – met kennisgeving – niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Ooms.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant was werkzaam als productiemedewerker toen hij zich in september 1999 arbeidsongeschikt meldde met rugklachten. Aan appellant is, na het doorlopen van de wettelijke wachttijd, met ingang van 18 september 2000 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, welke werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

2. Appellant is in het kader van een herbeoordeling op grond van het aangepaste Schattingsbesluit op 15 mei 2007 onderzocht door de verzekeringsarts W.P.M. Lemaire. In een rapport van dezelfde datum noteerde Lemaire bij de medische anamnese dat een bulging disc en een matige artrose zouden zijn vastgesteld. Voorts stelde Lemaire bij het lichamelijk onderzoek aan nek, schouders, armen, rug, heupen en benen alleen bij de rug een licht beperkte rotatie en lateroflexie vast. Verder was vooroverbukken moeizaam en pijnlijk. Lemaire concludeerde dat appellant aangewezen was op rugsparend werk met vaker een afwisseling van zitten, staan en lopen en dat staan niet voortdurend en lang mogelijk was. Lemaire legde deze bevindingen vast in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Vervolgens werd bij het arbeidskundig onderzoek na functieduiding berekend dat het verlies aan verdienvermogen 8,54% bedroeg. Bij afzonderlijke besluiten van 12 juni 2007 trok het Uwv de WAO-uitkering van appellant met ingang van 13 augustus 2007 in en stelde hij een re-integratievisie vast.

3. In de bezwaarprocedure tegen de beide in overweging 2 genoemde besluiten stelde de bezwaarverzekeringsarts dr. A.L. Mathoera in een rapport van 15 november 2007 vast dat in deze procedure door appellant geen gegevens van medische aard zijn overgelegd waaruit bleek dat de beperkingen van appellant op de datum in geding anders waren dan door Lemaire vastgesteld. Vervolgens liet de in rubriek I vermelde bezwaararbeidsdeskundige Van Heeswijk in zijn rapport van 2 januari 2008 de functie brugwachter, sluiswachter vanwege een te behalen diploma vervallen en stelde hij vast dat op basis van de drie overgebleven functies het verlies aan verdienvermogen 20,1% was. Bij besluit van 14 januari 2008 (besluit 1) verklaarde het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 12 juni 2007 inzake de intrekking van de WAO-uitkering gegrond en baseerde hij die uitkering met ingang van 13 augustus 2007 op de klasse 15 tot 25%. Bij afzonderlijk besluit van 14 januari 2008 (besluit 2) verklaarde het Uwv voorts het bezwaar tegen het besluit van 12 juni 2007 ten aanzien van de re-integratievisie ongegrond.

4.1. De rechtbank verklaarde bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen besluit 1 ongegrond en het beroep tegen besluit 2 niet-ontvankelijk.

4.2. Wat betreft de medische grondslag van besluit 1 oordeelde de rechtbank – onder verwijzing naar het verzekeringsgeneeskundig onderzoek – dat de beperkingen van appellant door het Uwv niet zijn onderschat. De omstandigheid dat bij een herbeoordeling in 2001 zwaardere beperkingen zijn aangenomen, maakt volgens de rechtbank niet dat deze ook op de datum in geding moesten gelden. In dit verband wees de rechtbank op de expertise van de orthopedisch chirurg dr. P.A.M. Winkelman van 17 mei 2001 die concludeerde dat ten aanzien van appellant geen beperkingen konden worden opgelegd op grond van orthopedische ziekte of gebreken. De rechtbank overwoog voorts dat de vermelding door appellant ter hoorzitting dat in 1999 al sprake was van drie versleten rugwervels, niet werd bevestigd door Winkelman.

4.3. Wat betreft de medische geschiktheid van de op grond van besluit 1 overblijvende functies oordeelde de rechtbank dat deze haar passend voorkwamen. Volgens de rechtbank gold dit ook voor de functie inpakker (SBC-code 111190) nu in het Resultaat functiebeoordeling daarvan bij het onderdeel staan is vermeld dat naar believen kan worden gezeten.

5.1. De Raad stelt vast dat de gemachtigde van appellant bij de nadere motivering van het hoger beroep heeft aangegeven dat het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak, voorzover die betrekking heeft op besluit 2, niet langer wordt gehandhaafd. De Raad zal zich dan ook beperken tot het oordeel van de rechtbank over besluit 1.

5.2. Wat betreft besluit 1 heeft appellant zijn in eerdere fasen van de procedure voorgebrachte gronden en argumenten in essentie herhaald. Het komt er in feite op neer dat appellant van mening is, dat ondanks de orthopedische conclusie van Winkelman, de FML onjuist is vastgesteld en dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies niet geschikt zijn vanwege de belasting ten aanzien van het aspect staan.

6.1. Ten aanzien van de medische grondslag van besluit 1 heeft de Raad geen aanleiding gezien een ander oordeel te geven dan de rechtbank. De Raad voegt daaraan toe dat uit de rapporten van de verzekeringsarts van 24 oktober 2000 en 13 maart 2001 niet valt af te leiden dat daarbij andere medische klachten een rol hebben gespeeld dan de rugklachten sedert de ziekmelding van appellant en dat bij het onderzoek van Winkelman ook geen andere klachten zijn gemeld. Voorts zijn ook in hoger beroep van de zijde van appellant geen medische gegevens in geding gebracht op grond waarvan gerede twijfel over de juistheid van de FML gerechtvaardigd is.

6.2. Wat betreft de medische geschiktheid van appellant voor de geduide functies overweegt de Raad in de eerste plaats het in overweging 4.3 weergegeven oordeel van de rechtbank te onderschrijven. De Raad voegt daar nog aan toe dat hij er niet aan voorbijziet dat de stabelasting, zoals omschreven in het Resultaat functiebeoordeling van de functie productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) en voor zover dit betreft het tijdens 2 werkuren 4 maal ongeveer 15 minuten staan, de betreffende beperking in de FML op het onderdeel 5.4.2 (kan ongeveer 1 uur per werkdag staan tijdens het werk) overschrijdt. Omdat aan de omschrijving van de stabelasting in deze functie is toegevoegd dat dit een enkele keer per maand voorkomt en dat derhalve van een structurele overschrijding geen sprake is, ziet de Raad aanleiding vanwege het incidentele karakter deze overschrijding niet onaanvaardbaar te achten.

6.3. De overwegingen 6.1 en 6.2 leiden de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

7. Voor een veroordeling van een partij in de proceskosten van een andere partij ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voorzover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2010.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) D.E.P.M. Bary.

RK