Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN2375

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-07-2010
Datum publicatie
27-07-2010
Zaaknummer
09-3805 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Geen reden aanwezig om voor appellant een urenbeperking aan te nemen. Bij appellant is geen sprake van evidente psychopathologie, hij gebruikt geen medicatie en is niet onder behandeling voor psychische klachten. De door appellant in hoger beroep overgelegde medische gegevens hebben geen twijfel doen rijzen aan de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid. De Raad wijst er op dat het lijden aan een (psychische) ziekte niet automatisch betekent dat niet of gedurende minder uren per week gewerkt kan worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3805 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 25 mei 2009, 08/1591 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2009. Appellant is verschenen in persoon, bijgestaan door

mr. A.A.M. Broos, advocaat te Utrecht. Het Uwv was vertegenwoordigd door M. Florijn. Ter zitting is het onderzoek geschorst teneinde het Uwv in de gelegenheid te stellen informatie van de psychotherapeut over te leggen.

Op 15 maart 2010 heeft appellant een brief van het RIAGG van 2 maart 2010 overgelegd. De bezwaarverzekeringsarts van het Uwv heeft op 24 maart 2010 op deze brief gereageerd. Op 17 juni 2010 is nadere medische informatie omtrent appellant ingekomen.

Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 25 juni 2010. Appellant is verschenen in persoon. Het Uwv was vertegenwoordigd door M. Florijn.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant ontving een WAO-uitkering, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55-65%. Bij besluit van 19 december 2007 heeft het Uwv deze uitkering per 20 februari 2008 ingetrokken.

1.2. Bij besluit van 24 april 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv dit besluit gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen dat besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat er geen reden is om voor appellant een urenbeperking aan te nemen bij het verrichten van passende werkzaamheden. Bij appellant is geen sprake van evidente psychopathologie, hij gebruikt geen medicatie en is niet onder behandeling voor psychische klachten. De rechtbank acht de geselecteerde functies in medisch opzicht passend voor appellant.

3. In hoger beroep heeft appellant hiertegen aangevoerd dat hij nog steeds psychische klachten heeft, hetgeen leidt tot verlies van energie. Daarom kan hij niet fulltime werken. De in 2004 door het Uwv aangenomen urenbeperking is ten onrechte vervallen. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft hij informatie overgelegd van de Duitse psychotherapeut dr. J.T. Marcea gedateerd 28 december 2005, een verwijzing van de huisarts naar de psycholoog, brieven van het RIAGG van

2 maart 2010, 17 februari 2006, 16 februari 2010 en verslagen van aanmeldings-, indicatiestellings- en adviesgesprekken, een brief van de psycholoog F.L. Dembinski van 14 oktober 2009 en een aanmelding bij de NOAGG van 15 maart 2010.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank.

De door appellant in hoger beroep overgelegde medische gegevens hebben geen twijfel doen rijzen aan de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid. Bedoelde gegevens zien op de situatie van appellant in 2004, 2005 en 2006 en 2009 en 2010. Het gaat in deze zaak echter om de datum 20 februari 2008. Met betrekking tot die datum heeft appellant geen gegevens ingebracht. De Raad ziet dan ook geen reden de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid onjuist te achten. De Raad voegt daaraan toe dat Marcea in zijn brief van 28 december 2005 heeft aangegeven dat een volledige arbeidsgeschiktheid over ongeveer een jaar te verwachten is. Dit ligt in lijn met hetgeen de (bezwaar)verzekeringsartsen hebben vastgesteld. Voorts wijst de Raad er op dat het lijden aan een (psychische) ziekte niet automatisch betekent dat niet of gedurende minder uren per week gewerkt kan worden.

4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2010.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) M. Mostert.

IvR