Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN2359

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-07-2010
Datum publicatie
27-07-2010
Zaaknummer
09-6059 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische grondslag. Met juistheid heeft de rechtbank aangegeven dat de brief van de appellante behandelende cardioloog van 12 november 2008, bezien in samenhang met de brieven van de cardioloog van 14 september 2007 en 9 april 2009 en de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 27 april 2009 niet leidt tot het oordeel dat het besluit van 23 april 2008 niet op een juiste medische grondslag rust. De stelling van appellante dat de menselijke maat bij de schatting uit het oog is verloren leidt, gelet op het wettelijk kader waarbinnen de schatting dient plaats te vinden en hetgeen binnen dit kader een rol kan spelen, niet tot succes.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6059 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 7 oktober 2009, 08/537 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juni 2010. Appellante was vertegenwoordigd door haar echtgenoot [naam echtgenoot] en het Uwv door mr. T. van der Weert.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 23 april 2008 heeft het Uwv – beslissend op bezwaar – gehandhaafd zijn besluit de WAO-uitkering van appellante, die werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, per 19 september 2007 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 23 april 2008 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak de inhoud van het besluit van 23 april 2008 en de gronden waarop dit besluit rust uiteengezet, de gronden van het beroep van appellante weergegeven en aangegeven waarom deze gronden niet slagen.

3.1. Appellante heeft in haar hoger beroepschrift aangevoerd dat de rechtbank heeft miskend dat het Uwv op onvoldoende wijze rekening heeft gehouden met haar psychische beperkingen, de door haar ervaren pijn en haar vermoeidheidsklachten.

3.2. Ter zitting heeft appellante nog naar voren gebracht dat naar haar mening bij de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid de menselijke maat uit het oog is verloren. Zij heeft in dit verband gewezen op de brief van de haar behandelende cardioloog van 12 november 2008.

3.3. Appellante heeft ten slotte gesteld dat een WAO-uitkering berekend naar een mate van arbeidsongeschikt van 80 tot 100% recht zou doen aan de situatie waarin zij verkeert.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Appellante heeft in hoger beroep ten aanzien van haar gezondheidssituatie en de beperkingen die zij als gevolg daarvan voor het verrichten van arbeid ondervindt geen gronden aangevoerd die zij niet ook reeds in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank heeft die gronden die appellante in hoger beroep heeft herhaald en mitsdien thans wederom ter beoordeling staan, met juistheid besproken. Terecht heeft de rechtbank erop gewezen dat in de voor appellante opgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst rekening is gehouden met zowel de klachten van appellante als gevolg van het chronisch whiplashsyndroom, als met de klachten die appellante zowel fysiek als mentaal-emotioneel ondervindt ten gevolge van het myocardinfarct. Terecht heeft de rechtbank er voorts op gewezen dat het Uwv appellante slechts geschikt acht voor het verrichten van fysiek lichte werkzaamheden, zonder stress en (fysieke) piekbelasting gedurende maximaal 4 uren per dag.

Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat uit hetgeen appellante naar voren heeft gebracht niet volgt dat zij meer is beperkt dan door het Uwv is aangenomen.

4.3. Met juistheid heeft de rechtbank voorts aangegeven dat de brief van de appellante behandelende cardioloog van 12 november 2008, bezien in samenhang met de brieven van de cardioloog van 14 september 2007 en 9 april 2009 en de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 27 april 2009 niet leidt tot het oordeel dat het besluit van 23 april 2008 niet op een juiste medische grondslag rust.

4.4. Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld omtrent de geschiktheid voor appellante van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies.

4.5. De stelling van appellante dat de menselijke maat bij de schatting uit het oog is verloren leidt, gelet op het wettelijk kader waarbinnen de schatting dient plaats te vinden en hetgeen binnen dit kader een rol kan spelen, niet tot succes.

4.6. De in 3.1 tot en met 3.3 bedoelde gronden van appellante treffen mitsdien geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4.7. Voor vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2010.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) M.A. van Amerongen.

RK