Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN1689

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-07-2010
Datum publicatie
20-07-2010
Zaaknummer
09/3129 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Nu hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd een herhaling is van de stellingen die zij eerder in de procedure naar voren heeft gebracht en die door de rechtbank op goede gronden zijn verworpen, heeft de Raad geen aanleiding gevonden om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3129 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats], Duitsland (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 april 2009, 08/1880 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.H.A. Bos, advocaat te Roermond, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 juni 2010. Voor appellante is mr. Bos verschenen. Voor het Uwv verscheen mr. D. van Veugen.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uwv van 2 april 2008 ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Met dat besluit heeft het Uwv zijn besluit gehandhaafd van 13 november 2007, waarbij hij de naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% berekende WAO-uitkering met ingang van 20 januari 2008 heeft ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante is afgenomen naar minder dan 15%.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat

- geen wettelijke bepaling het Uwv verhinderde het recht op uitkering van appellante opnieuw te beoordelen,

- appellante aan een brief van het Uwv van 2 oktober 2007 niet het vertrouwen heeft kunnen ontlenen dat haar arbeidsongeschiktheidsuitkering ongewijzigd zou blijven,

- het Uwv bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante de bepalingen heeft toegepast van het “oude” Schattingsbesluit,

- uit het feit dat het Uwv twee specialisten heeft verzocht appellante te onderzoeken en een expertiserapport uit te brengen niet volgt dat appellant tweemaal is herbeoordeeld,

- de (bezwaar)verzekeringsarts de bevindingen van de ingeschakelde psychiater en orthopeed juist heeft geïnterpreteerd en de mogelijkheden van appellante overeenkomstig die bevindingen heeft neergelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en

- appellante geen medische gegevens heeft ingebracht die twijfel oproepen aan de juistheid van de FML op de in geding zijnde datum.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft in hoger beroep alle beroepsgronden herhaald die zij in eerste aanleg ter beoordeling voorlegde aan de rechtbank. Het Uwv heeft zich achter het oordeel van de rechtbank gesteld.

4. De Raad overweegt het volgende.

4.1. Nu hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd een herhaling is van de stellingen die zij eerder in de procedure naar voren heeft gebracht en die door de rechtbank op goede gronden zijn verworpen, heeft de Raad geen aanleiding gevonden om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank.

4.2. Dat betekent dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad zal de aangevallen uitspraak bevestigen.

5. Voor een proceskostenveroordeling is geen grond.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en M. Greebe en M.S.E. Wulffraat-van Dijk leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2010.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.M. Tason Avila.

RK