Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN1261

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-07-2010
Datum publicatie
15-07-2010
Zaaknummer
09-786 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/786 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 23 december 2008, 08/424 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 14 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het Uwv heeft bij brief van 9 april 2010 de volledige arbeidsmogelijkhedenlijst van 17 maart 2008 naar de Raad gezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juni 2010. Namens appellante was G.J. van Zalingen aanwezig. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.W.L. Clemens.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante, geboren [in] 1955 en werkzaam als medewerkster callcenter, heeft zich op 7 augustus 1997 ziek gemeld met rugklachten en klachten van psychische aard. Aan haar is na het einde van de wettelijke wachttijd een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. In het kader van een herbeoordeling op grond van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (SB), zoals dat per 1 oktober 2004 luidt, heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellante ingetrokken met ingang van 2 april 2005, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante moet worden gesteld op minder dan 15%. Daaraan ligt een rapport van de verzekeringsarts H.G. van Loon van 12 januari 2005 ten grondslag die na onderzoek van appellante, heeft vastgesteld dat er enige (lichte) lichamelijke beperkingen bestaan en dat van een ernstige psychopathologie geen sprake is. Nadat appellante tegen het besluit tot intrekking van haar uitkering bezwaar had gemaakt, heeft de bezwaarverzekeringsarts H.M.Th. Offermans in diens rapport van 10 juni 2005 geconcludeerd dat het primaire oordeel gevolgd kan worden. Het bezwaar van appellante is bij besluit van 21 juni 2005 ongegrond verklaard. Het door appellante tegen laatstgenoemd besluit ingestelde beroep is door de rechtbank Middelburg bij uitspraak van 12 januari 2006, 05/671, ongegrond verklaard. Het daartegen ingestelde hoger beroep is door de Raad bij uitspraak van 11 april 2006, 06/1280 WAO, niet- ontvankelijk verklaard. Het tegen deze uitspraak gedane verzet is door de Raad bij uitspraak van 22 september 2006, 06/1280 WAO, ongegrond verklaard.

1.3. In verband met het alsnog met ingang van 22 februari 2007 van toepassing verklaren van het SB zoals dat voor 1 oktober 2004 luidde voor de leeftijdscategorie waartoe appellante behoort, heeft opnieuw een schatting van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante plaatsgevonden. Daartoe heeft, nu appellante had afgezien van een nieuwe medische keuring, de arbeidsdeskundige F. Janssens, uitgaande van de (door verzekeringsarts Van Loon voornoemd opgestelde) Functionele Mogelijkhedenlijst van 3 oktober 2007, een aantal voor appellante geschikte functies geselecteerd en op basis daarvan vastgesteld dat het verlies aan verdiencapaciteit te stellen is op 3,4%. Bij besluit van 3 december 2007 is vervolgens de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 22 februari 2007 gesteld op minder dan 15%. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is, nadat de bezwaarverzekeringsarts J.T.A. Boel en de bezwaararbeidsdeskundige

W.L. Wijngaards rapport hadden uitgebracht, bij besluit van 26 maart 2008 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het door appellante tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - verkort weergegeven- overwogen geen aanleiding te zien om de juistheid van de conclusies, waartoe de eerder genoemde arbeidsdeskundigen zijn gekomen, te betwijfelen, terwijl deze conclusies in overeenstemming zijn met de geldende regels en tevens niet in strijd zijn met artikel 34 van de WAO. Appellante heeft, aldus de rechtbank, haar opmerkingen over de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts in een te laat stadium van de procedure naar voren gebracht, zodat deze buiten beschouwing gelaten moeten worden.

3. In hoger beroep heeft appellante met name aangevoerd, dat zij gelet op haar leeftijd eerst rond maart 2007 gekeurd had moeten worden maar dat zij daarvoor al in november 2004 en januari 2005 is opgeroepen, terwijl bovendien artikel 34, vierde, vijfde en zesde lid van de WAO niet op haar van toepassing is. Ook meent zij dat aan de in geding zijnde schatting niet het vereiste aantal arbeidsplaatsen ten grondslag ligt. De bezwaararbeidskundige Wijngaards heeft onjuist dan wel onzorgvuldig gehandeld door eerst de functie met de Fb-code 272043 te laten vervallen en deze vervolgens (in beroep) alsnog als basis voor de schatting te gebruiken.

4.1. De Raad oordeelt als volgt.

4.2. De Raad merkt ten aanzien van de stelling van appellante met betrekking tot de toepassing van artikel 34 van de WAO in haar situatie op, dat zulks betrekking heeft op de onder 1.2 bedoelde herbeoordeling en dat daarover reeds door de rechtbank Middelburg in de uitspraak van 12 januari 2006 is geoordeeld, welke uitspraak als in genoemde rechtsoverweging aangegeven, in kracht van gewijsde is gegaan.

4.3. De medische grondslag van het bestreden besluit acht de Raad voldoende deugdelijk: het medisch onderzoek dat daaraan ten grondslag ligt is voldoende zorgvuldig en adequaat te achten. Door of namens appellante zijn in bezwaar noch in beroep respectievelijk hoger beroep gegevens overgelegd die twijfel zouden kunnen wekken aan de bevindingen van de (bezwaar)verzekeringsartsen.

4.4. Ook de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit kan de Raad, met de rechtbank, onderschrijven. De arbeidsdeskundigen Janssens en Wijngaards hebben in hun rapporten van 22 november 2007 en 19 maart 2008 de eventuele overschrijdingen van de belastbaarheid van appellante in de geduide functies voldoende inzichtelijk en verifieerbaar toegelicht. De schatting is - uiteindelijk - gebaseerd op de functies van wikkelaar, elektronicamonteur en productiemedewerker industrie, welke functies samen 30 arbeidsplaatsen vertegenwoordigen. Nu het in bezwaar gaat om een volledige heroverweging mocht, anders dan appellante meent, de bezwaararbeidsdeskundige de door Janssens in eerste instantie geselecteerde functie van productiemedewerker textiel (Fb-code 272043) laten vervallen. Dat naderhand door het Uwv is gesteld dat deze functie toch aan de schatting ten grondslag had kunnen worden gelegd doet daaraan niet af. Dat het Uwv van een onjuist maatmanloon dan wel van onjuiste lonen voor de geselecteerde functies is uitgegaan, is door appellante op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt.

4.5. De brief van appellante van 23 november 2008 is blijkens het geplaatste stempel op 26 november 2008 door de griffie van de rechtbank ontvangen, derhalve binnen de termijn van 10 dagen bedoeld in artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); overigens maakt deze brief deel uit van het procesdossier van de Raad, zodat de Raad ervan kennis heeft genomen en deze bij zijn beoordeling heeft betrokken.

4.6. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt ertoe dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

7. Voor een veroordeling van een der partijen in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en J. Riphagen en C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2010.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) D.E.P.M. Bary.

RK