Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN0744

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-07-2010
Datum publicatie
09-07-2010
Zaaknummer
08-7224 WMO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning financiële vergoeding in de kosten van aanpassing van een nieuwe woning. De aanpassing van een generatiewoning aan appellant in vergelijking met de aanpassing van de woning als de goedkoopst adequate voorziening als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Verordening voorzieningen gehandicapten gemeente Winterswijk dient te worden aangemerkt. Door appellant een financiële vergoeding toe te kennen voor aanpassing van zijn nieuwe woning tot het bedrag dat vergoed zou zijn indien een generatiewoning aan appellant zou zijn aangepast, heeft het College appellant niet tekort gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/7224 WMO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 14 november 2008, 07/2109 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk (hierna: College)

Datum uitspraak: 4 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.J. van ’t Hoff, werkzaam bij Stichting Achmea Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend en desgevraagd nadere stukken aan de Raad gezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2010. Appellant is niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door K. Uland, werkzaam bij de gemeente Winterswijk.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant heeft op 13 december 2006 een aanvraag op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) ingediend. Hij heeft gevraagd om een financiële tegemoetkoming in de kosten van aanpassing van zijn nieuwe woning aan de [adres] te [plaatsnaam] en om een financiële tegemoetkoming in de verhuiskosten. De aanpassing van de betreffende woning bestaat onder meer uit de aanbouw van een slaapkamer en een badkamer op de begane grond.

1.2. Bij besluit van 5 februari 2007 heeft het College appellant een financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en (her-)inrichting toegekend tot een bedrag van € 2.269,--, indien hij verhuist naar een woning die toe- en doorgankelijk is voor rolstoelen en die de slaap- en badkamer op de begane grond heeft. Bij dat besluit heeft het College appellant meegedeeld dat de generatiewoningen van het plan Huininkhof te Winterswijk in principe aan die eisen voldoen en dat voor appellant slechts enkele aanpassingen noodzakelijk zijn. Het College heeft verder meegedeeld dat voor de noodzakelijke aanpassingen van de woning aan de [adres] een programma van eisen wordt vastgesteld en dat als uitgangspunt geldt dat de kosten van de noodzakelijke aanpassingen van die woning slechts worden vergoed tot het bedrag dat vergoed zou zijn, indien een generatiewoning aan appellant zou zijn aangepast.

1.3. Bij besluit van 26 maart 2007 heeft het College aan appellant een financiële tegemoetkoming in de kosten van de aanpassing van zijn woning aan de [adres] toegekend tot een bedrag van € 3.503,04. De kosten die voor vergoeding in aanmerking zijn gebracht hebben betrekking op het aanbrengen van drie schuifdeuren op de begane grond van de woning en het aanpassen van de badkamer. Het College heeft geen vergoeding toegekend voor de aanbouw van een slaapkamer en een badkamer op de begane grond van die woning.

1.4. Bij besluit van 24 oktober 2007 heeft het College de bezwaren tegen de besluiten van 5 februari 2007 en 26 maart 2007 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 24 oktober 2007 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Gelet op hetgeen in hoger beroep is aangevoerd dient de Raad de vraag te beantwoorden of het College bij zijn besluit van 24 oktober 2007 terecht en op goede gronden het besluit van 26 maart 2007 heeft gehandhaafd.

4.2. Met ingang van 1 januari 2007 is de Wvg ingetrokken en is de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) in werking getreden. Anders dan appellant is de Raad van oordeel dat artikel 40, eerste lid, aanhef en onder d, van de WMO aldus moet worden uitgelegd dat de Wvg in ieder geval van toepassing blijft op een aanvraag om een woonvoorziening die vóór 1 januari 2007 is ingediend. Dat betekent dat het College de aanvraag van appellant om een financiële tegemoetkoming in de kosten van aanpassing van zijn nieuwe woning aan de [adres] van 13 december 2006 terecht heeft beoordeeld aan de hand van de Wvg en de daarop berustende bepalingen.

4.3. Artikel 2, eerste lid, van de Wvg bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders zorg draagt voor de verlening van onder meer woonvoorzieningen ten behoeve van de deelneming aan het maatschappelijk verkeer van in de gemeente woonachtige gehandicapten. Verder is bepaald dat de gemeenteraad met inachtneming van hetgeen bij en krachtens de Wvg is bepaald bij verordening regels dient vast te stellen. De in artikel 2, eerste lid, van de Wvg bedoelde verordening is de Verordening voorzieningen gehandicapten gemeente Winterswijk (hierna: Verordening). Voor een weergave van de van toepassing zijnde bepalingen van de Verordening verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.

4.4. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant is aangewezen op een woning die toe- en doorgankelijk is voor rolstoelen en die de slaap- en badkamer op de begane grond heeft.

4.5. Naar het oordeel van de Raad bestaat er voorts voldoende grondslag voor het standpunt van het College dat een generatiewoning van het plan Huininkhof een voor appellant geschikte woning is, indien enkele deuren door schuifdeuren en/of draaideurautomaten worden vervangen en de badkamer wordt voorzien van antislip vloertegels, twee opklapbare toiletbeugels, een opklapbaar douchezitje, een paar handgrepen en een onderrijdbare wastafel. De Raad hecht daarbij met name betekenis aan de door het College in hoger beroep overgelegde plattegrond van een generatiewoning. Op die plattegrond zijn bewegingsroutes, draaicirkels voor een handbewogen rolstoel en de mogelijkheden voor appellant om zijn rollator, scootmobiel en rolstoel te stallen ingetekend. Ter zitting heeft de gemachtigde van het College toegelicht waar schuifdeuren en/of draaideurautomaten kunnen worden geplaatst. De plattegrond laat zien dat appellant met zijn rolstoel alle ruimtes van de woning kan bereiken en dat de berging van de woning van appellant voldoende ruimte biedt om zijn rollator, rolstoel en scootmobiel te stallen.

4.6. De Raad gaat voorbij aan de stelling van appellant dat het plaatsen van schuifdeuren gezien de constructie van de generatiewoning onmogelijk is. Deze stelling heeft appellant immers op geen enkele wijze onderbouwd. De Raad volgt appellant evenmin in zijn stelling dat de berging te klein zou zijn. De Raad merkt in dat verband op dat manoeuvreerruimte in de berging kan worden vergroot door de wasmachine en wasdroger niet in die berging, maar in de badkamer te plaatsen.

4.7. Gelet op hetgeen onder 4.5 en 4.6 is overwogen vormt de aanpassing van een generatiewoning aan appellant een voor hem adequate voorziening. Tussen partijen is niet in geschil dat de kosten van aanpassing van een generatiewoning aan appellant minder bedragen dan de kosten van de voor appellant noodzakelijke aanpassingen van zijn nieuwe woning aan de [adres]. Dat betekent dat de aanpassing van een generatiewoning aan appellant in vergelijking met de aanpassing van de woning aan de [adres] als de goedkoopst adequate voorziening als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Verordening dient te worden aangemerkt. Door appellant een financiële vergoeding toe te kennen voor aanpassing van zijn nieuwe woning aan de [adres] tot het bedrag dat vergoed zou zijn indien een generatiewoning aan appellant zou zijn aangepast, heeft het College appellant niet tekort gedaan.

4.8. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.7 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep van appellant niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestiging van de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert als voorzitter en J.J.A. Kooijman en H.C.P. Venema als leden, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2010.

(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.

(get.) J. Waasdorp.

AV