Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN0598

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-07-2010
Datum publicatie
08-07-2010
Zaaknummer
08-2751 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling ingangsdatum bijstand. Niet is gebleken dat appellante zich op een eerdere datum dan 19 januari 2007 bij het CWI heeft gemeld als bedoeld in artikel 44, tweede lid (oud), van de WWB. Met het College en de rechtbank moet de Raad er dan ook van uitgaan dat de melding op 19 januari 2007 heeft plaatsgevonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/2751 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 1 april 2008, 07/1800 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht (hierna: College)

Datum uitspraak: 6 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. I. Wudka, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 mei 2010. Appellante is verschenen bij gemachtigde mr. Wudka. Het College heeft zich, zoals tevoren bericht, niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden volstaat de Raad hier met het volgende.

1.1. Appellante is met haar toenmalige vriend woonachtig geweest te [naam gemeente]. Zij heeft een bedrijf geëxploiteerd dat gevestigd was te Geleen. Na de beëindiging van dat bedrijf en de relatie met haar toenmalige vriend, is appellante van [naam gemeente] naar de gemeente Maastricht verhuisd en bij haar moeder gaan inwonen. In de gemeentelijke basisadministratie stond appellante sedert 19 januari 2007 op het adres van haar moeder te Maastricht ingeschreven. Op de aanvraag van appellante om algemene bijstand heeft het College bij besluit van 22 mei 2007 aan appellante ingaande 19 januari 2007 bijstand toegekend.

1.2. Appellante heeft tegen het besluit van 22 mei 2007 bezwaar aangetekend, voor zover het de ingangsdatum van de bijstand betreft. Bij besluit van 6 september 2007 heeft het College dit bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 6 september 2007 ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. In artikel 44, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) is bepaald dat, indien door het college is vastgesteld dat recht op bijstand bestaat, de bijstand wordt toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen. In artikel 44, tweede lid (oud), van de WWB, is voorts bepaald wanneer onder meer van zodanige melding kan worden gesproken. Dit is het geval als naam, adres en woonplaats van de betrokkene zijn geregistreerd en de betrokkene in staat is gesteld een aanvraag in te dienen.

4.2. Appellante heeft aangevoerd dat zij zich al op 15 januari 2007 heeft gemeld bij het toenmalige Centrum voor werk en inkomen (CWI) met de bedoeling om voor bijstand in aanmerking te komen, zodat haar met ingang van die datum bijstand had moeten worden verleend.

4.3. De Raad stelt echter vast dat appellante ook in hoger beroep haar stelling niet met verifieerbare gegevens heeft onderbouwd. Uit de beschikbare gegevens is niet gebleken dat appellante zich op een eerdere datum dan 19 januari 2007 bij het CWI heeft gemeld als bedoeld in artikel 44, tweede lid (oud), van de WWB. Met het College en de rechtbank moet de Raad er dan ook van uitgaan dat de melding op 19 januari 2007 heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat ook de Raad van oordeel is dat aan appellante terecht eerst met ingang van 19 januari 2007 bijstand is verleend.

4.4. De aangevallen uitspraak komt dan ook voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2010.

(get.) J.F. Bandringa.

(get.) M. Mostert.

AV