Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN0596

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
08-07-2010
Zaaknummer
09-1517 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht (meer) op ziekengeld ingevolge de ZW. Zorgvuldig medisch onderzoek (bezwaar)verzekeringsartsen. De Raad acht het standpunt van het Uwv voldoende gemotiveerd. Ook is de Raad niet gebleken dat het Uwv de beperkingen van appellante heeft onderschat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1517 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 15 januari 2009, 08/4736 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 7 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. H.M. de Roo, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 mei 2010. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. De Roo. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door F.M.J. Eijmael.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante, voorheen werkzaam als kwekerijmedewerkster voor 40 uur per week, heeft zich vanuit een situatie dat zij uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontving op 20 april 2007 ziek gemeld in verband met rechter knieklachten. Na een medisch onderzoek door de primaire arts Th. de Graaf is appellante hersteld verklaard.

1.2. Bij besluit van 12 februari 2008 heeft het Uwv appellante meegedeeld dat zij op en na 18 februari 2008 niet (meer) wegens ziekte of gebreken ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van haar arbeid en daarom met ingang van die datum geen recht (meer) heeft op ziekengeld ingevolge de Ziektewet (ZW).

1.3. In bezwaar heeft bezwaarverzekeringsarts P. van Zalinge na een medisch onderzoek op 29 april 2008 en na kennis genomen te hebben van een brief van huisarts G.J. Vos van 21 mei 2008 het oordeel van de primaire arts onderschreven. Bij besluit van 30 mei 2008 (hierna: het bestreden besluit) is het bezwaar ongegrond verklaard. Nadien heeft orthopedisch chirurg R.A. Zandbergen brieven van 20 mei 2008, 23 april 2007 en 14 mei 2007 ingezonden. De bezwaarverzekeringsarts heeft hierin geen aanleiding gezien het ingenomen standpunt te wijzigen, hetgeen appellante bij brief van 9 juni 2008 is medegedeeld.

2. In beroep is namens appellante aangevoerd, dat de maatstaf arbeid niet eenduidig beschreven is. Voorts zouden de beperkingen van appellante door het Uwv zijn onderschat. In dat verband is namens appellante een brief van de behandelende psychiater P.W.A. Nesselaar van 16 oktober 2008 in geding gebracht. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep zijn de gronden van beroep herhaald en heeft gemachtigde van appellante nadere informatie van de behandelende sector overgelegd.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Ingevolge artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld.

4.3. Naar de Raad bij herhaling heeft overwogen dient onder ‘zijn arbeid’ in voormelde zin te worden verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid. Dit betekent dat de Raad zich gesteld ziet voor de vraag of appellante op en na

18 februari 2008 in staat kan worden geacht haar arbeid van kwekerijmedewerkster gedurende 40 uur per week te verrichten. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.

4.4. De stelling van appellante dat de belasting in het eigen werk zwaarder was dan waarvan het Uwv is uitgegaan, volgt de Raad niet aangezien appellante haar standpunt niet met nadere gegevens heeft onderbouwd. Met de rechtbank ziet de Raad geen aanleiding om aan de juistheid van de functieomschrijving zoals neergelegd in het rapport van bezwaarverzekeringsarts Van Zalinge van 28 mei 2008 te twijfelen.

4.5. Verder onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank, dat het medisch onderzoek door de (bezwaar)verzekeringsartsen voldoende zorgvuldig is geweest. Deze artsen hebben zich een beeld kunnen vormen van de medische situatie van appellante door eigen onderzoek en hebben informatie van de behandelende sector bij de beoordeling betrokken.

4.6. Wat betreft de medische stukken die in hoger beroep in geding zijn gebracht oordeelt de Raad als volgt. Het gaat om een brief van de huisarts van 5 maart 2010, een brief van neuroloog dr. J. Visser van 21 augustus 2008 en van neuroloog J. van de Vlekkert van 19 maart 2009, een brief van orthopedisch chirurg Zandbergen van 28 augustus 2008 en een brief van psychiater J.H.J. Stienen van 28 mei 2009. Op 20 april 2010 heeft de bezwaarverzekeringsarts aangegeven dat de informatie inhoudelijk geen nieuwe medische gezichtspunten bevat. De Raad acht het standpunt van het Uwv voldoende gemotiveerd en heeft in de beschikbare gegevens geen aanknopingspunten gevonden het Uwv niet te volgen. In de brief van de huisarts van 5 maart 2010 ziet de Raad evenmin aanleiding voor een ander oordeel, aangezien de huisarts zijn laatste verklaring niet heeft onderbouwd en het Uwv eerdere, meer uitgebreide informatie van diezelfde huisarts bij de beoordeling heeft betrokken. Ook overigens is de Raad niet gebleken dat het Uwv de beperkingen van appellante heeft onderschat.

5. Hetgeen is overwogen onder 4.2 tot en met 4.6 leidt tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2010.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) R.L. Venneman

JL