Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN0594

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
08-07-2010
Zaaknummer
09-1456 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht (meer) op ziekengeld ingevolge de ZW. Zorgvuldig medisch onderzoek (bezwaar)verzekeringsartsen. De Raad acht de toelichting van de bezwaarverzekeringsarts overtuigend en ziet geen aanleiding deze niet te volgen. Dit geldt naar het oordeel van de Raad ook voor de reactie van bezwaarverzekeringsarts Van den Bold van 24 april 2009 op de stelling in hoger beroep dat het onderzoek van het Uwv onzorgvuldig is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1456 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 5 februari 2009, 08/3041 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 7 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.E.F. Bredo, advocaat te Berkel-Enschot, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 mei 2010. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.E.G. de Jong.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is op 20 mei 1997 uitgevallen voor zijn werkzaamheden van constructietekenaar voor 40 per week in verband met onder meer moeheid, duizeligheid en nekklachten. Aansluitend aan de wettelijke wachttijd is hem een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend. Per

30 december 2001 is deze uitkering ingetrokken op grond van geschiktheid voor het eigen werk. Vanuit een situatie dat appellante uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontving heeft hij zich op 21 juni 2007 ziek gemeld vanwege toegenomen klachten. Na een medisch onderzoek door de verzekeringsarts S. Weggelaar op 11 juni 2008, waarbij informatie van de behandelende sector is meegewogen, is appellant hersteld verklaard.

1.2. Bij besluit van 11 juni 2008 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat hij op en na 16 juni 2008 niet (meer) wegens ziekte of gebreken ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn arbeid en daarom met ingang van die datum geen recht (meer) heeft op ziekengeld ingevolge de Ziektewet (ZW).

1.3. In bezwaar heeft bezwaarverzekeringsarts A.L. Mathoera na medisch onderzoek op 8 juli 2008 het oordeel van de verzekeringsarts onderschreven. Bij besluit van 17 juli 2008 (hierna: het bestreden besluit) is het bezwaar ongegrond verklaard.

2. In beroep is namens appellant een in opdracht van de gemeente ’s-Hertogenbosch uitgevoerd Sociaal Medisch Onderzoek van WOSM van 25 juli 2008 overgelegd. Bezwaarverzekeringsarts J.P.M. Joosten heeft op 21 januari 2009 op dit rapport gereageerd. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep is namens appellant herhaald dat het onderzoek door het Uwv onzorgvuldig is geweest. Het Uwv heeft bij verweer een nadere commentaar van bezwaarverzekeringsarts I.F.D. van den Bold van 24 april 2009 in geding gebracht.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Ingevolge artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld.

4.3. Naar de Raad bij herhaling heeft overwogen dient onder ‘zijn arbeid’ in voormelde zin te worden verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid. In de situatie dat de uitkering ingevolge de WAO is ingetrokken wegens geschiktheid voor het eigen werk heeft die laatstelijk verrichte arbeid als maatstaf voor ‘zijn arbeid’ te gelden.

4.4. De Raad beantwoordt de vraag of appellant op en na 16 juni 2008 in staat kan worden geacht de functie van constructietekenaar voor 40 uur per week te verrichten bevestigend en overweegt daartoe als volgt.

4.5. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank, dat het medisch onderzoek van de (bezwaar)verzekeringsartsen voldoende zorgvuldig is geweest. Deze artsen hebben zich een beeld kunnen vormen van de medische situatie van appellant door eigen onderzoek en hebben informatie van de behandelende sector bij de beoordeling betrokken. Op 21 januari 2009 heeft bezwaarverzekeringsarts Joosten op het in beroep ingebrachte rapport van de arts verbonden aan WOSM gereageerd en uiteengezet waarom die informatie geen reden geeft het ingenomen standpunt te wijzigen. De Raad acht de toelichting van de bezwaarverzekeringsarts overtuigend en ziet geen aanleiding deze niet te volgen. Dit geldt naar het oordeel van de Raad ook voor de reactie van bezwaarverzekeringsarts Van den Bold van 24 april 2009 op de stelling in hoger beroep dat het onderzoek van het Uwv onzorgvuldig is geweest.

5. Hetgeen is overwogen onder 4.2 tot en met 4.5 leidt tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2010.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) R.L. Venneman.

JL