Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN0300

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-07-2010
Datum publicatie
06-07-2010
Zaaknummer
09-4702 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op 35 tot 45%. Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek is zorgvuldig geweest. Belastbaarheid is niet overschat. Geen reden om aan te nemen dat de aan appellante voorgehouden functies haar belastbaarheid overschrijden en niet aan de schatting ten grondslag hadden mogen worden gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4702 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 14 juli 2009, 08/4241 en 08/3838 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante is hoger beroep ingesteld door mr. A. van Deuzen, advocaat te Zoetermeer.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 maart 2010. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van Deuzen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. L. Smid.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 6 december 2007 heeft het Uwv de aan appellante toegekende WAO-uitkering, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, per 22 februari 2007 ongewijzigd vastgesteld naar deze mate van arbeidsongeschiktheid.

2. Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 3 september 2008 gegrond verklaard. De mate van arbeidsongeschiktheid is per 22 februari 2007 vastgesteld op 35 tot 45%.

3.1. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak onder meer het beroep tegen het besluit op bezwaar van 3 september 2008 ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank – samengevat en voor zover voor de beoordeling van het hoger beroep van belang – het volgende overwogen.

3.2.1. Er zijn geen redenen om te twijfelen aan de juistheid van de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid van appellante per 22 februari 2007. Voor een bevooroordeelde houding van de bezwaarverzekeringsarts zijn geen aanwijzingen te vinden in de rapporten die door haar zijn opgesteld. Evenmin is gebleken van onvoldoende voorbereiding op het spreekuur. Ook overigens is niet gebleken van een onzorgvuldig onderzoek. Uit de rapportages van de verzekeringsartsen blijkt dat de klachten van appellante als gevolg van het thoracic outlet syndroom, de oogproblemen en het dragen van een polsspalk voldoende zijn betrokken bij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Uit het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 8 juli 2008 blijkt dat de informatie van de opticien is meegenomen in de rapportage, dat het thoracic outlet syndroom is besproken en aanleiding is geweest tot het aannemen van een aantal medische beperkingen en dat er geen bezwaar is tegen het afdoen van de polsspalk bij activiteiten zonder grote krachtsinspanning zoals het werken met een toetsenbord. De in beroep door appellante ingebrachte medische informatie was al bekend ten tijde van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en is daarbij betrokken. Ook deze informatie leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel.

3.2.2. Voor wat betreft de arbeidskundige grondslag van het besluit van 3 september 2008 is de rechtbank van oordeel dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies de belastbaarheid van appellante niet overschrijden. De stelling van appellante dat zij geen rijbewijs heeft treft geen doel, omdat voor de geselecteerde functies geen rijbewijs nodig is. Ook de stelling van appellante dat de functie wikkelaar niet geschikt is omdat zij geen technische opleiding heeft gehad faalt, nu niet is gebleken dat zo’n opleiding vereist is. Verder geldt dat niet is gebleken dat de functie wikkelaar de belastbaarheid van appellante overschrijdt op het aspect allergieën nu in de ‘Functionele Mogelijkheden Lijst’ (FML) niet is aangegeven dat appellante gevoelig is voor soldeerdampen, het contact daarmee kortdurend is en een afzuiginstallatie aanwezig geacht mag worden. Ten slotte heeft de rechtbank overwogen dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies niet met appellante hadden hoeven worden besproken. In het geval van een verhoging van de WAO-uitkering, zoals in de zaak van appellante aan de orde, geldt geen verplichting om de geselecteerde functies met de betrokkene te bespreken. Er is immers geen sprake van een uitlooptermijn die de betrokkene bij een verlaging of intrekking van een uitkering nodig heeft om zich te beraden op de nieuwe situatie en zich te oriënteren op de arbeidsmarkt, aldus de rechtbank.

4. Appellante heeft in hoger beroep – daarmee in essentie herhalende hetgeen zij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd – gesteld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet zorgvuldig is geweest, dat haar medische beperkingen zijn onderschat en dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies haar belastbaarheid te boven gaan.

5. De Raad overweegt als volgt.

6. In hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet zorgvuldig is geweest en dat appellante op de datum in geding medisch meer beperkt was dan is aangenomen. Appellante heeft haar stelling dat haar belastbaarheid is overschat niet met nadere medische informatie onderbouwd. De zich in het dossier bevindende medische informatie is door de bezwaarverzekeringsarts M. Carere bij de beoordeling betrokken en dwingt blijkens haar rapportages van

8 juli 2008, 25 augustus 2008 en 14 oktober 2009 niet tot het aannemen van meer medische beperkingen dan die welke in de FML van 8 juli 2008 zijn aangegeven. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank ter zake dan ook volledig en maakt die tot de zijne.

7. Uitgaande van de FML van 8 juli 2008 is er geen reden om aan te nemen dat de aan appellante voorgehouden functies haar belastbaarheid overschrijden en niet aan de schatting ten grondslag hadden mogen worden gelegd. Ook de overwegingen van de rechtbank ten aanzien van de arbeidskundige grondslag worden door de Raad volledig onderschreven en tot de zijne gemaakt. Dat betekent ook dat de Raad met de rechtbank van oordeel is dat de geselecteerde functies – van welke haar bij het bestreden besluit een lijst is toegezonden – niet met appellante besproken hadden hoeven worden nu sprake is van een verhoging van haar WAO-uitkering.

8. De Raad komt tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en R. Kruisdijk als leden in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2010.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) I. Mos.

CVG