Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN0224

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-07-2010
Datum publicatie
05-07-2010
Zaaknummer
09-6833 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank heeft de gronden die in beroep zijn ingediend en in hoger beroep zijn herhaald zijn afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De door appellante in hoger beroep (...) overgelegde brieven van de reumatoloog (...) en de nucleair geneeskundige (...)leiden de Raad niet tot een ander oordeel (...) omdat deze brieven niet zien op de datum in geding (..). Daarbij komt dat deze brieven geen reactie bevatten op het door de deskundige aan de rechtbank uitgebrachte schriftelijk verslag van het onderzoek van appellante.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6833 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 12 november 2009, 08/1004 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. E.H.M. Graafmans, advocaat te Middelburg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2010. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Graafmans. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. W.M.L. Clemens.

II. OVERWEGINGEN

1. De rechtbank heeft op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen het beroep van appellante gericht tegen het besluit van 18 september 2008 – waarbij het Uwv, beslissend op bezwaar, de WAO-uitkering van appellante per

17 oktober 2005 heeft herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% – ongegrond verklaard.

2. Appellante heeft in hoger beroep, kort samengevat, herhaald dat zij meer beperkt is dan door het Uwv is aangenomen en dat zij de functies waarop de schatting van haar arbeidsongeschiktheid is gebaseerd niet kan vervullen. Appellante heeft voorts in hoger beroep gesteld dat zij haar rechterarm niet of nauwelijks kan gebruiken, dat bij het verrichten van werkzaamheden overbelasting van haar linkerarm dreigt en dat niet alle geduide functies met één arm kunnen worden uitgevoerd. Voorts heeft appellante gesteld dat de vraagstelling van de rechtbank aan de door haar ingeschakelde deskundige te veel op het gebruik van de rechterarm was gericht.

3.1.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de gronden die in beroep zijn ingediend en in hoger beroep zijn herhaald afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen.

3.1.2. Met juistheid heeft de rechtbank in overweging 10 van de aangevallen uitspraak de gronden van appellante die zien op de beperking van de rechterarm, de overbelasting van de linkerarm en de vraagstelling van de rechtbank aan de deskundige besproken en geoordeeld dat deze gronden geen doel treffen.

3.1.3. Met juistheid heeft de rechtbank in overweging 11 van de aangevallen uitspraak geoordeeld dat de gronden van appellante die zien op het niet kunnen vervullen van de geduide functies met één arm niet slagen.

3.2. De Raad heeft aan het oordeel van de rechtbank als bedoeld in 3.1.1 tot en met 3.1.3 en aan de aan dit oordeel ten grondslag liggende overwegingen niets toe te voegen.

3.3. De door appellante in hoger beroep bij brief van 11 mei 2010 overgelegde brieven van de reumatoloog dr. M.V. van Krugten en de nucleair geneeskundige M.J.A. Verhaegen leiden de Raad niet tot een ander oordeel dan vermeld in 3.2. omdat deze brieven niet zien op de datum in geding, zijnde 17 oktober 2005. Daarbij komt dat deze brieven geen reactie bevatten op het door de deskundige aan de rechtbank uitgebrachte schriftelijk verslag van het onderzoek van appellante.

3.4. Het hoger beroep van appellante treft derhalve geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3.5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2010.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) R.L. Rijnen.

IvR