Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM9443

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-06-2010
Datum publicatie
28-06-2010
Zaaknummer
09-5261 AOW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Het griffierecht is niet binnen de termijn bijgeschreven. Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5261 AOW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant], wonende te Marokko (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 september 2009, 08/4356 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)

Datum uitspraak: 10 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 13 januari 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van 13 januari 2010 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 29 april 2010, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 13 januari 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 2 november 2009 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.

In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat het griffierecht wèl is betaald en dat dit vanuit Nederland zou zijn gedaan. Appellant heeft dit echter niet met bewijsstukken onderbouwd.

Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2010.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R. Groothuis.

AV