Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM9442

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-06-2010
Datum publicatie
28-06-2010
Zaaknummer
09-5557 AOW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Te laat betaald griffierecht. Verzet ongegrond. De door appellant geschetste feiten en omstandigheden leiden niet tot de conclusie dat het verzuim aan appellant niet kan worden tegengeworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5557 AOW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 1 juli 2009, 08/5787 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)

Datum uitspraak: 10 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 9 februari 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van 9 februari 2010 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting 29 april 2010, waar appellant in persoon is verschenen en de Svb - met voorafgaand bericht - niet is verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 9 februari 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 23 november 2009 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Het griffierecht is op 13 januari 2010, en daarmee buiten de gestelde termijn, ontvangen.

In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat het griffierecht door “miscommunicatie” te laat is betaald en dat hij door een zware hartoperatie en ernstige vergeetachtigheid niet alert heeft kunnen reageren. Verder heeft appellant betoogd dat noch hij zelf noch familie “heeft getekend voor aanname” van de brief van 23 november 2009.

Ter zitting heeft appellant nog verklaard dat zijn broer, die op hetzelfde adres als appellant woont, geen brieven voor hem aanneemt.

De Raad is van oordeel dat de door appellant geschetste feiten en omstandigheden niet leiden tot de conclusie dat het verzuim aan appellant niet kan worden tegengeworpen. De aangetekend verzonden brief van 23 november 2009 is niet door TNT Post aan de Raad teruggezonden. Daaruit moet worden afgeleid dat die brief op het adres van appellant in ontvangst is genomen. Appellant heeft verder, ook ter zitting, (de ernst van) zijn medische situatie niet onderbouwd.

Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.

Het - te laat - betaalde griffierecht (€ 110,--) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2010.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R. Groothuis.

AV