Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM9160

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-06-2010
Datum publicatie
24-06-2010
Zaaknummer
09-2037 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. De medische grondslag van het bestreden besluit wordt onderschreven. Geen reden de geduide functies voor appellant in medisch opzicht niet passend te achten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2037 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 11 maart 2009, 08/910 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft bij diverse brieven zijn gronden aangevuld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 mei 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn echtgenote. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J.M. van Haaften.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 12 december 2007 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 1 maart 2008 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.

1.2. Namens appellant is tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van 7 mei 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard.

1.3. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellant op 1 maart 2008, de in geding zijnde datum, weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat hij met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies. Vergelijking van de loonwaarde van de middelste van de drie functies met de hoogste lonen met het voor zijn geldende maatmaninkomen resulteert volgens het Uwv in een verlies aan verdiencapaciteit van 65 tot 80%.

2.1. Namens appellant is in beroep - kort samengevat - aangevoerd dat medische beperkingen zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 3 april 2008 niet juist zijn vastgesteld en dat de bij het bestreden besluit in aanmerking genomen functies niet geschikt zijn.

2.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft - kort samengevat - geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de functionele mogelijkheden dan wel beperkingen van appellant op de datum in geding niet op correcte wijze zijn vastgesteld. De rechtbank is niet gebleken dat bij de beoordeling van de beperkingen essentiƫle aspecten buiten beschouwing zijn gelaten. Ten aanzien van de arbeidskundige kant van de schatting heeft de rechtbank geoordeeld dat door het Uwv genoegzaam is gemotiveerd waarom appellant geschikt wordt geacht voor de aan hem voorgehouden functies en dat op basis daarvan het verlies aan verdiencapaciteit is berekend op 75,19%. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat het Uwv op goede gronden heeft geconcludeerd dat appellant op de in geding zijnde datum van 1 maart 2008 voor 65-80% dient te worden beschouwd in het kader van de WAO.

3. In hoger beroep heeft appellant de in bezwaar en beroep naar voren gebrachte gronden herhaald. Deze komen - kort gezegd - erop neer dat appellant van mening blijft dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn beperkingen. De klachten en beperkingen van appellant maken het onmogelijk om de door het Uwv aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad stelt voorop dat slechts aan de orde is de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling per 1 maart 2008. In hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank uitvoerig gemotiveerd waarom zij de medische grondslag van het bestreden besluit heeft onderschreven. De Raad kan zich met de overwegingen en het daarop gegronde oordeel van de rechtbank ten volle verenigen en maakt die overwegingen en dat oordeel tot de zijne. Wezenlijk nieuwe gezichtspunten zijn in hoger beroep niet naar voren gebracht.

4.2. Uitgaande van de juistheid van de beperkingen zoals die voor appellant zijn vastgesteld en aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd, is er geen reden de geduide functies voor appellant in medisch opzicht niet passend te achten. Met de rapportages van de bezwaararbeidsdeskundige van 29 november 2007, 28 april 2008, 4 juli 2008 en

16 september 2008 is door het Uwv voldoende onderbouwd, dat ook in de functies chauffeur bijzonder vervoer (bestel-/personenwagen) (SBC-code 282101) geen sprake is van overschrijding van de belastbaarheid ten aanzien van hoofdbewegingen.

4.4. Uit de overwegingen 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2010.

(get.) J.P.M. Zeijen.

(get.) T.J. van der Torn.

IvR