Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM8429

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-06-2010
Datum publicatie
22-06-2010
Zaaknummer
09-3152 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezwaar door Uwv niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet ingaan op de vraag tegen welk besluit het bezwaar is gericht. Appellant heeft niet voldaan aan het in art. 6:5, lid 1, aanhef en onder c, Awb neergelegde vereiste dat een bezwaarschrift tenminste een omschrijving moet bevatten van het besluit waartegen het bezwaar is gericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3152 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 29 april 2009, 08/2088 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2010. Appellant is verschenen, vergezeld door zijn dochter. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M. van Leeuwen.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant heeft bij brief van 19 november 2008 bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Uwv van 12 november 2008, waarbij het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet ingaan op de vraag tegen welk besluit het bezwaar is gericht. Deze brief heeft het Uwv doorgezonden aan de rechtbank ter verdere behandeling als beroepschrift.

2.1. Het geding spitst zich toe op de vraag of dit besluit in rechte stand kan houden.

2.2. De rechtbank heeft deze vraag bevestigend beantwoord en heeft hieromtrent overwogen dat bij brief van 13 oktober 2008 het Uwv appellant in de gelegenheid heeft gesteld binnen vier weken na dagtekening een afschrift van het besluit danwel een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is in te sturen. Appellant is daarbij gewezen op de mogelijkheid dat het bezwaar niet-ontvankelijk zou worden verklaard indien hij geen gebruik zou maken van de vermelde termijn om dit verzuim te herstellen. Appellant heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.

2.3. De rechtbank heeft als haar oordeel gegeven dat appellant hiermee niet voldaan heeft aan de in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde vereiste dat een bezwaarschrift tenminste een omschrijving moet bevatten van het besluit waartegen het bezwaar is gericht.

3. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en maakt dit tot het zijne.

4.1 Terzijde merkt de Raad op dat ter zitting naar voren is gekomen dat appellant niet zozeer bezwaar tegen een specifiek besluit van het Uwv heeft, maar dat hij gehoor wil krijgen voor zijn jarenlange onvrede over de bejegening van het Uwv naar hem toe.

4.2. Ter zitting van de Raad is van de zijde van het Uwv aangeboden een en ander voor te leggen aan de zogenoemde klachtenambassadeur binnen het bedrijf om middels een gesprek met appellant te onderzoeken of wat van die onvrede weggenomen kan worden.

5.1. Het hoger beroep slaagt niet.

5.2. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2010.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M.A. van Amerongen.

CVG