Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM7557

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-06-2010
Datum publicatie
16-06-2010
Zaaknummer
09-5024 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Met de rechtbank ziet de Raad onvoldoende reden om de beoordeling door en de conclusies van de (bezwaar-)verzekeringsarts in twijfel te trekken. De in hoger beroep overgelegde medische gegevens brengen de Raad niet tot een ander oordeel en hij kan zich in grote lijn vinden in het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad ziet geen aanleiding om te voldoen aan het verzoek van appellante om een medisch deskundige te benoemen.Anders dan appellante, is de Raad van oordeel dat de arbeidsdeskundige (in het rapport van 11 maart 2008), gesteund door de bezwaarverzekeringsarts (in het rapport van 10 november 2009), overtuigend toelichtte dat de belasting in de als geschikt voorgehouden functies de belastbaarheid van appellante (zoals neergelegd in de FML) niet overtreft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5024 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 31 juli 2009, 08/1259 (hierna: de aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante stelde mr. J. Heek van SRK Rechtsbijstand hoger beroep in.

Het Uwv voerde verweer en bracht een rapport van de bezwaarverzekeringsarts van

10 november 2009 in het geding.

Bij brief van 11 maart 2010 legde appellante nadere medische informatie over. Het Uwv reageerde hierop met een rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 17 maart 2010.

De zitting vond plaats op 29 maart 2010. Appellante verscheen met de bijstand van mr. Heek. Namens het Uwv verscheen mr. L.J.H. Ambrosius. De Raad schorste de behandeling en bood appellante de gelegenheid nadere medische informatie in het geding te brengen.

Bij brieven van 12 april 2010 en 15 april 2010 zond appellante medische attesten in. Het Uwv antwoordde op 21 april 2010 met de overlegging van een rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 21 april 2010.

De vervolgzitting vond plaats op 21 mei 2010. Namens appellante verscheen mr. J.D. van Alphen van SRK Rechtsbijstand en voor het Uwv verscheen mr. Ambrosius.

II. OVERWEGINGEN

1. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 27 juni 2008 dat het Uwv ter uitvoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) nam. Met dat besluit handhaaft het Uwv ondanks het bezwaar van appellante zijn besluit van 28 maart 2008, waarbij hij appellante het recht op WIA-uitkering per 19 maart 2008 ontzegde. De reden voor die weigering is dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.

2. De rechtbank verwierp de door appellante aangevoerde medische beroepsgrond. Omdat het Uwv in de loop van het beroep de motivering van het besluit van 27 juni 2008 wijzigde - het Uwv handhaafde niet langer zijn standpunt dat appellante (ook) geschikt was voor haar eigen werk -, zag de rechtbank aanleiding het beroep gegrond te verklaren, het besluit van 27 juni 2008 te vernietigen, maar de rechtsgevolgen er van in stand te laten met beslissingen over de vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.

3.1. Appellante werkte laatstelijk als typiste in deeltijd. Op 14 februari 2005 moest zij dat werk als gevolg van hartklachten staken. Later kreeg zij ook darmproblemen.

3.2. Partijen zijn het er inmiddels over eens dat appellante haar werk als typiste niet meer kan verrichten en ook de Raad gaat daar van uit.

3.3. Omdat de werkgeefster van appellante zich onvoldoende reïntegratie-activiteiten getroostte, verlengde het Uwv de zogenoemde wachttijd tot 19 maart 2008.

3.4. De verzekeringsarts onderzocht appellante op zijn spreekuur en beschikte over inlichtingen van de behandelende internist, cardioloog en longarts. Hij stelde een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op met daarin de eis dat appellante het werk voor toiletbezoek kan onderbreken en een maximale arbeidsduur van vier uur per dag en twintig uur per week.

3.5. De arbeidsdeskundige selecteerde drie functies met een belasting binnen de grenzen van de FML en berekende een loonverlies van minder dan 35%.

4. In hoger beroep handhaaft appellante als beroepsgronden dat haar medische beperkingen zijn onderschat en de belasting in de geduide functies de grenzen van de FML, onder meer wat betreft reiken, overschrijdt.

5.1. Het hoger beroep richt zich tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen van het besluit van 27 juni 2008.

5.2. Met de rechtbank ziet de Raad onvoldoende reden om de beoordeling door en de conclusies van de (bezwaar-)verzekeringsarts in twijfel te trekken. De in hoger beroep overgelegde medische gegevens brengen de Raad niet tot een ander oordeel en hij kan zich in grote lijn vinden in het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad ziet geen aanleiding om te voldoen aan het verzoek van appellante om een medisch deskundige te benoemen.

5.3. Anders dan appellante, is de Raad van oordeel dat de arbeidsdeskundige (in het rapport van 11 maart 2008), gesteund door de bezwaarverzekeringsarts (in het rapport van 10 november 2009), overtuigend toelichtte dat de belasting in de als geschikt voorgehouden functies de belastbaarheid van appellante (zoals neergelegd in de FML) niet overtreft.

6. De Raad zal de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, bevestigen.

7. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2010.

(get.) R.C. Stam.

(get.) T.J. van der Torn.

KR