Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM7466

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-06-2010
Datum publicatie
15-06-2010
Zaaknummer
08-6694 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. De medische beperkingen van appellant tot het verrichten van arbeid zijn niet onderschat. Voldoende zorgvuldig medisch onderzoek. Met inachtneming van deze beperkingen moet appellant in staat worden geacht de functies te vervullen die op grond van arbeidskundig onderzoek als voor hem geschikte arbeidsmogelijkheden zijn geselecteerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/6694 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 4 november 2008, 08/505 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. C.J. Driessen, advocaat te Beers, onder inzending van enige medische gegevens, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingezonden alsmede een tweetal rapporten van de bezwaarverzekeringsarts A.J. Hoffman.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2010. Appellant is verschenen bij zijn gemachtigde mr. Driessen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.P. Veldman.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak, gelet op de gedingstukken met juistheid, heeft weergegeven. De Raad volstaat met de vermelding dat bij op bezwaar genomen besluit van 18 januari 2008 (het bestreden besluit) het Uwv zijn besluit van 6 juli 2007 heeft gehandhaafd. Bij dit besluit is de aan appellant verleende uitkering ingevolge de Wet op de

arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 7 september 2007 ingetrokken, op de grond dat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 15% bedraagt.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak als haar oordeel gegeven dat de medische beperkingen van appellant tot het verrichten van arbeid niet zijn onderschat en dat aan het bestreden besluit een zorgvuldig medisch onderzoek ten grondslag ligt. Met inachtneming van deze beperkingen moet appellant naar het oordeel van de rechtbank in staat worden geacht de functies te vervullen die op grond van arbeidskundig onderzoek als voor hem geschikte arbeidsmogelijkheden zijn geselecteerd. Daarop is het beroep ongegrond verklaard.

3.1. In hoger beroep heeft appellant, onder overlegging van een verwijskaart van de behandelend neuroloog J.J.B. Klück ten behoeve van Cesar/therapie en een verwijsbrief van zijn huisarts E. van Sonsbeeck ten behoeve van fysiotherapie, aangevoerd dat het voor medici kennelijk erg moeilijk is te erkennen dat de medische situatie van appellant is onderschat.

3.2. Het Uwv heeft met inzending van twee rapporten van de bezwaarverzekeringsarts Hoffman hierop gereageerd. Deze leidt uit de reden van verwijzing door de neuroloog, te weten: “pijn in de nek en het hoofd ten gevolge van spierspanning” af dat er geen neurologische oorzaak is voor de klachten. Uit de verwijsbrief van de huisarts leidt de bezwaarverzekeringsarts af dat sprake is van een conditioneel probleem van de (rug)spieren. Een en ander vormt voor de bezwaarverzekeringsarts geen aanleiding om het eerder ingenomen standpunt met betrekking tot de medische beperkingen van appellant voor onjuist te houden.

4. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank, onderschrijft de daaraan ten grondslag liggende overwegingen en maakt deze tot de zijne. In hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanknopingspunten voor een ander oordeel. Het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts als weergegeven onder 3.2 is van de zijde van appellant niet bestreden met nieuwe op de gezondheidssituatie van appellant ten tijde hier in geding ziende gegevens van medische en of andere aard en komt de Raad ook anderszins niet onaannemelijk voor. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2010.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M.A. van Amerongen.

CVG