Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM7328

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-05-2010
Datum publicatie
10-06-2010
Zaaknummer
09-459 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afschaffing FLO per 1 januari 2006. Overgangsrecht. Bezwarende functie. Dienstjaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/459 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 8 december 2008, 08/840 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het dagelijks bestuur van de Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden (hierna: dagelijks bestuur)

Datum uitspraak: 27 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met soortgelijke gedingen, plaatsgevonden op 22 april 2010. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. ten Broek, werkzaam bij ABVAKABO FNV. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegen-woordigen door mr. M.R. Hoendermis, juridisch adviseur, alsmede P. Haasbeek, J.P. Happel en L. Smallegange, allen werkzaam bij de Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden (hierna: RDOG HM).

Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst; thans wordt in de onderhavige zaak afzonderlijk uitspraak gedaan.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant was ten tijde in geding werkzaam als ambulancechauffeur bij de Regionale Ambulance Dienst Hollands Midden, zijnde een sector van de RDOG HM. Bij het vervullen van deze functie bestond tot en met 31 december 2005 uitzicht op functioneel leeftijdsontslag (hierna: FLO) bij het bereiken van de 55-jarige leeftijd.

1.2. In de CAO sector gemeente 2005-2007 is overeengekomen het FLO per 1 januari 2006 af te schaffen en een nieuw stelsel voor werknemers in bezwarende functies in te voeren. Daarbij is voor personeel dat op het moment van het vervallen van het FLO werkzaam was in een functie die aanspraak gaf op FLO, overgangsrecht afgesproken. De uitwerking hiervan is voor appellant neergelegd in hoofdstuk 9b van de Arbeidsvoorwaardenregeling RDOG HM (AVR).

1.3. Ingevolge artikel 9b:1, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de AVR is hoofdstuk 9b van toepassing op de ambtenaar die op 31 december 2005 werkzaam was bij een gemeentelijk beroepsbrandweerkorps of bij een gemeentelijke ambulancedienst en op die datum een betrekking vervulde waarvoor leeftijdsgrenzen zijn bepaald. In artikel 9b:3 is bepaald dat die paragraaf van toepassing is op de ambtenaar die is geboren na 1949 en die op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer had in een bezwarende functie. Voorts is in artikel 9b:23 bepaald dat die paragraaf van toepassing is op de ambtenaar die is geboren na 1949 en die op 1 januari minder dan 20 dienstjaren had in een bezwarende functie. Volgens artikel 9b:2 wordt onder “dienstjaren voor brandweerpersoneel” verstaan: de jaren in dienst van een gemeentelijk beroepsbrandweerkorps, de jaren werkzaam als buschauffeur of trambestuurder bij het stadsvervoer, mits dit een functie was die op dat moment recht gaf op functioneel leeftijdsontslag en de jaren als vrijwilliger bij de brandweer mits het om jaren gaat waarin daadwerkelijk en regelmatig in de uitruk is ingezet en men niet tegelijkertijd een aanstelling had als beroepsbrandweer. Bij twijfel over het aantal dienstjaren als vrijwilliger dient de ambtenaar aannemelijk te maken hoeveel jaren hij als vrijwilliger is ingezet.

Onder “dienstjaren voor ambulancepersoneel” wordt in artikel 9b:2 verstaan: de jaren werkzaam bij een gemeentelijke ambulancedienst, de jaren werkzaam bij een ambulancedienst van een ziekenhuis of bij een ambulancedienst in de particuliere sector en de jaren werkzaam als buschauffeur of trambestuurder bij het stadsvervoer mits dit een functie was die op dat moment recht gaf op functioneel leeftijdsontslag.

1.4. Bij besluit van 13 februari 2007 heeft het dagelijks bestuur aan appellant kenbaar gemaakt dat hij op 1 januari 2006 zes jaren in de bezwarende functie van ambulancechauffeur had gewerkt. Bij het bestreden besluit van 10 december 2007 heeft het dagelijks bestuur het besluit van 13 februari 2007 na door appellant gemaakt bezwaar gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraken het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.

3.1. Tussen partijen is niet in geding en ook voor de Raad staat vast dat de functie van ambulancechauffeur waarin appellant op 1 januari 2006 werkzaam was, een bezwarende functie betreft als omschreven in artikel 9b:2 van de AVR en dat de jaren die hij daarin heeft gewerkt voor de toepassing van artikel 9b:3 of artikel 9b:23 van de AVR als dienstjaren moeten worden aangemerkt.

In bezwaar heeft appellant aangevoerd dat hij ook 23 jaar in een bezwarende functie bij de brandweer van de Koninklijke marine heeft gewerkt.

3.2. De Raad stelt vast dat appellant in hoger beroep geen gronden heeft aangevoerd die op zijn specifieke omstandigheden betrekking hebben terwijl ook de aangevallen uitspraak daarover geen overweging bevat. Dit brengt al mee dat dit beroep niet slaagt.

Overigens merkt de Raad nog op dat jaren waarin werkzaamheden zijn verricht bij de Koninklijke marine niet tot dienstjaren in de zin van het overgangsrecht van hoofdstuk 9b van de AVR kunnen worden gerekend. De Raad wijst in dit verband ook op zijn uitspraak van 24 december 2009, LJN BK8779.

4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en W.H. Bel als leden, in tegenwoordigheid van M. Lammerse als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2010.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) M. Lammerse.

HD