Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM7297

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-06-2010
Datum publicatie
11-06-2010
Zaaknummer
09-6205 ANW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen sprake van een enig nieuw feit of een enige nieuwe omstandigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6205 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: verzoekster),

van de uitspraak van de Raad van 14 juli 2009, 08/6001 ANW-V,

in het geding tussen:

verzoekster

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 9 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van - naar de Raad heeft verstaan - 14 juli 2009 met reg.nr. 08/6001 ANW-V.

De Svb heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 april 2010. Verzoekster is niet verschenen. De Svb heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.2. Bij uitspraak van 9 maart 2009 met reg.nr. 08/6001 ANW heeft de Raad het hoger beroep van verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, aangezien zij het verschuldigde griffierecht niet tijdig had voldaan en op grond van de beschikbare gegevens niet redelijkerwijs kon worden geoordeeld dat zij niet in verzuim was geweest.

1.3. Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt gevraagd heeft de Raad het door verzoekster gedane verzet tegen de uitspraak genoemd in 1.2 ongegrond verklaard, aangezien hij geen grond aanwezig achtte om tot het oordeel te komen dat de voornoemde termijnoverschrijding verschoonbaar was.

2. Verzoekster heeft aan het verzoek om herziening ten grondslag gelegd dat de Raad in zijn uitspraak van 14 juli 2009 een onjuiste beslissing heeft genomen. Voorts heeft zij naar voren gebracht dat zij tweemaal heeft getracht het verschuldigde griffierecht giraal te voldoen, maar dat het eerst op 29 december 2008 slaagde.

3.1. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN AN7982), is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. De Raad is niet gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, naar voren heeft gebracht.

3.2. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening dan ook te worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2010.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) W. Altenaar.

KR