Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM7290

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-06-2010
Datum publicatie
15-06-2010
Zaaknummer
09-4799 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAJONG-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Op grond van klachten is geen excessief ziekteverzuim te verwachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4799 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 21 juli 2009, 08/1553 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft H.J.A. Aerts, werkzaam bij Delescen advocaten te Roermond, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 mei 2010. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.H.J. Ambrosius.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), zoals die luidden tot 1 januari 2010.

1.2. Appellante, geboren [in] 1989, heeft op 18 juni 2007 een aanvraag om een uitkering krachtens de Wajong ingediend, omdat zij voor haar zeventiende levensjaar arbeidsongeschikt is geworden vanwege de gevolgen van epilepsie.

1.3. Bij besluit van 14 maart 2008 heeft het Uwv geweigerd appellante in aanmerking te laten komen voor een Wajong-uitkering, omdat zij op en na 3 november 2007 minder dan 25% arbeidsongeschikt is. Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 28 augustus 2008 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard. Aan de weigering ligt het standpunt ten grondslag dat appellante met inachtneming van haar medische beperkingen geschikt is voor passende functies.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven en het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.1. Appellante heeft in hoger beroep het eerder door haar ingenomen standpunt herhaald dat haar belastbaarheid onjuist is vastgesteld. Daartoe heeft zij - kort samengevat - aangevoerd dat in verband met de epilepsie er sprake is van geen duurzaam benutbare mogelijkheden en in elk geval een urenbeperking had moeten worden aangenomen. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft zij gewezen op de rapporten van de door haar geraadpleegde zenuwarts dr. H.L.S.M. Busard. Voorts achtte appellante zich vanwege haar beperkingen niet in staat de ten behoeve van de schatting geselecteerde functies te vervullen.

3.2. Het Uwv heeft in verweer verzocht om bevestiging van de aangevallen uitspraak.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Met betrekking tot de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde medische beoordeling heeft de Raad geen aanleiding gezien om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank heeft gegeven en hij stelt zich achter de overwegingen die de rechtbank in de aangevallen uitspraak aan dat oordeel ten grondslag heeft gelegd. In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe gronden naar voren gebracht. Ook de Raad is uit het geheel van de voorliggende medische gegevens niet gebleken dat het Uwv bij de vaststelling van de beperkingen de klachten van appellante heeft onderschat dan wel onvoldoende rekening heeft gehouden met de vastgestelde epilepsie en de gevolgen die zij daarvan ondervindt. Blijkens de aan het bestreden besluit ten grondslag liggende verzekeringsgeneeskundige rapporten is rekening gehouden met het feit dat appellante in verband met aanvallen kortdurend arbeidsverzuim heeft en beperkingen kent met name ten aanzien van spanningsverhogende arbeidssituaties. Mede gelet op de in bezwaar verkregen informatie van de behandelaars van appellante heeft een bezwaarverzekeringsarts geconcludeerd dat geen sprake is van langdurige of onveranderlijk duurzame gevolgen van de aanvallen. In verband met absences heeft deze bezwaarverzekeringsarts nog een extra beperking aangenomen.

4.2. Met betrekking tot het bij de rechtbank overgelegd rapport van de zenuwarts Busard van 16 februari 2009 heeft bezwaarverzekeringsarts J.L. van Waasdorp in zijn reactie van 6 mei 2009 gesteld dat in dat rapport ten onrechte persoonlijke ontwikkelingen in het leven van appellante na de datum in geding zijn meegenomen. Verder is van een eigen (volledig) neurologisch onderzoek door Busard geen sprake. Deze bezwaarverzekeringsarts leidt uit het rapport van Busard af dat een zeer klachtgerichte oriƫntatie vanuit appellante zelf is gevolgd en dat er factoren meespelen die niet meegenomen behoren te worden bij een verzekeringsgeneeskundige beoordeling van de arbeidsongeschiktheid. Deze bezwaarverzekeringsarts kan voorts uit het rapport van Busard geen gronden herleiden voor een urenbeperking. Daarbij heeft hij erop gewezen dat de van de behandelend sector afkomstige medische gegevens wijzen op een grotere belastbaarheid dan door Busard wordt aangenomen. Deze bezwaarverzekeringsarts heeft geconcludeerd dat met het rapport van Busard alsook diens commentaar op zijn reactie van 6 mei 2009 er geen reden is het door het Uwv ingenomen standpunt te verlaten.

Mede gelet op de vele in dit dossier beschikbare medische gegevens, afkomstig van de artsen die appellante behandelen, onderschrijft de Raad deze conclusie.

4.3. Aldus uitgaande van de juistheid van de door het Uwv vastgestelde medische beperkingen is de Raad met de rechtbank van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellant in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt. Voor de stelling van appellante dat op grond van haar klachten een excessief ziekteverzuim te verwachten valt, ziet de Raad in de beschikbare gegevens, met name die afkomstig van de behandelend neuroloog en psycholoog, geen aanknopingspunten.

4.4. Uit hetgeen onder 4.1, 4.2 en 4.3 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt als voorzitter, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2010.

(get.) H. Bolt.

(get.) A.L. de Gier.

KR