Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM7284

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-06-2010
Datum publicatie
10-06-2010
Zaaknummer
09-4658 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende diepgaand en zorgvuldig medisch onderzoek. Geen medische gegevens in het geding gebracht, die appellants stelling ondersteunen dat zwaardere of andere beperkingen in de FML opgenomen hadden moeten worden. Geschiktheid voor geduide functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4658 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 juli 2009, 09/243 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 april 2010. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. van Wijngaarden.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft op 6 september 1999 vanwege rugklachten zijn werkzaamheden als schoonmaker gestaakt. Het Uwv heeft appellant ingaande 4 september 2000 in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. Bij besluit van 22 juli 2008, gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 12 januari 2009 (hierna: het bestreden besluit), heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant ingaande 22 september 2008 herzien naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25%. Dit besluit berust op het standpunt van het Uwv dat appellant vanwege knieklachten en chronische aspecifieke rugklachten beperkt is in zijn belastbaarheid en ongeschikt is te achten voor de maatmanfunctie. Het verlies aan verdiencapaciteit is door het Uwv op grond van een theoretische schatting berekend op 23,6%.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft over de medische grondslag van het bestreden besluit geoordeeld dat het medisch onderzoek door het Uwv op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en dat zij geen redenen heeft om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies daarvan. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien een onafhankelijk orthopeed en longarts te raadplegen. Over de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank geoordeeld dat de voor appellant geduide functies in medisch opzicht geschikt zijn voor hem.

3. In hoger beroep heeft appellant de juistheid van de aangevallen uitspraak aangevochten. Hij heeft daartoe in essentie dezelfde grieven aangevoerd als in bezwaar en beroep. Naar de mening van appellant is het medisch onderzoek door het Uwv te beperkt is geweest om tot een zorgvuldig oordeel te komen aangaande zijn belastbaarheid. Het Uwv had een onafhankelijke orthopeed en longarts moeten aanstellen voor een onderzoek. Appellant heeft verder gesteld dat het Uwv de ernst van zijn klachten onvoldoende heeft onderkend. Het Uwv heeft niet de juiste conclusies getrokken uit de ingewonnen informatie van de behandelend sector. Voorts is appellant van mening dat een urenbeperking geïndiceerd is en dat de voor hem geduide functies niet berekend zijn voor zijn belastbaarheid.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1.1. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is geweest van een voldoende diepgaand en zorgvuldig medisch onderzoek. Appellant is zowel door de verzekeringsarts als door de bezwaarverzekeringsarts op het spreekuur onderzocht. De bezwaarverzekeringsarts heeft naast uitgebreid eigen onderzoek tevens informatie ingewonnen bij de behandelend sector. De bezwaarverzekeringsarts constateerde dat zijn eigen bevindingen in hoge mate overeenstemden met de bevindingen en de conclusies van de behandelend sector. De Raad acht dat onderzoek volledig en zorgvuldig.

4.1.2. Met de rechtbank is de Raad voorts van oordeel dat niet is gebleken dat het Uwv de beperkingen van appellant heeft onderschat. De bezwaarverzekeringsarts heeft bij eigen onderzoek geen gerichte afwijkingen aan de knieën vastgesteld. Uit het schrijven van de huisarts van 3 november 2008 en de daarbij gevoegde verklaring van de behandelend orthopeed heeft de bezwaarverzekeringsarts afgeleid dat bij appellant sprake is van een mild degeneratief lijden. De bezwaarverzekeringsarts heeft zwaardere (knie)belastingen om deze reden uitgesloten. De geclaimde rugklachten, die geen radiculair karakter hebben, hebben de bezwaarverzekeringsarts geen reden gegeven specifieke rugbeperkingen vast te stellen omdat zwaardere belastingen op grond van de knieklachten reeds zijn uitgesloten. Met betrekking tot de geclaimde arm- en longklachten heeft de bezwaarverzekeringsarts overwogen dat hiervoor geen medische objectivering is, noch bij eigen onderzoek noch uit de gegevens van de huisarts. De bezwaarverzekeringsarts heeft om deze reden aan de klachten geen beperkingen willen verbinden. De Raad ziet geen aanleiding het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts, dat overeenstemt met de bevindingen en conclusies van de behandelend sector, voor onjuist te houden. De bezwaarverzekeringsarts heeft naar het oordeel van de Raad bij rapport van 6 maart 2009 genoegzaam beargumenteerd waarom er geen indicatie is voor het aanbrengen van een urenbeperking. Door appellant zijn in hoger beroep geen medische gegevens in het geding gebracht, die zijn stelling ondersteunen dat zwaardere of andere beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst opgenomen hadden moeten worden. De Raad ziet dan ook geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te benoemen.

4.2. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant. De onderbouwing hiervoor vindt de Raad terug in de op 12 juni 2008 gedateerde ‘bijlage arbeidskundige herbeoordeling WAO’ van arbeidsdeskundige D.R.A. Nanoha en het rapport van bezwaararbeidsdeskundige A.W. van Mastrigt van 8 januari 2008.

4.3. Uit hetgeen is overwogen onder 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2010.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) M.A. van Amerongen.

KR