Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM7196

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-06-2010
Datum publicatie
10-06-2010
Zaaknummer
09-5781 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Uwv heeft de beperkingen van appellante niet onderschat. De Raad is niet kunnen blijken dat de bezwaarverzekeringsarts de informatie van de huisarts heeft miskend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5781 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 7 september 2009, 08/3000 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. H. Kanhai, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 april 2010. Appellante is verschenen, bijgestaan door Kanhai. Het Uwv was vertegenwoordigd door J.F.J.A. Jennekens.

II. OVERWEGINGEN

1. De rechtbank heeft op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen het beroep van appellante gericht tegen het besluit van 24 januari 2008 - waarbij het Uwv, beslissend op bezwaar, heeft gehandhaafd zijn besluit de WAO-uitkering van appellante per 7 augustus 2007 in te trekken omdat appellante per die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt geacht - ongegrond verklaard.

2. Appellante heeft in hoger beroep, kort samengevat, herhaald dat zij meer beperkt is dan aangenomen en dat zij de functies waarop de schatting van haar arbeidsongeschiktheid is gebaseerd niet kan vervullen. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante gewezen op haar klachten en gesteld dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de opvatting van haar huisarts.

3.1.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de gronden die in beroep zijn ingediend en in hoger beroep zijn herhaald afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.

3.1.2. Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat het standpunt van appellante dat geen rekening is gehouden met de door de huisarts verstrekte informatie - gelet op hetgeen is vermeld in de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts gedateerd 13 september 2007 en 22 november 2007 - feitelijke grondslag mist. Uit hetgeen appellante in beroep en in hoger beroep naar voren heeft gebracht is ook de Raad niet kunnen blijken dat de bezwaarverzekeringsarts de informatie van de huisarts heeft miskend. Uit deze informatie is anders dan appellante meent geenszins op te maken dat de huisarts van opvatting zou zijn dat appellante niet in staat is werkzaamheden te verrichten.

3.1.3. Met juistheid heeft de rechtbank voorts overwogen dat hetgeen appellante in beroep heeft aangevoerd geen aanknopingspunt oplevert voor het oordeel dat het Uwv de beperkingen van appellante heeft onderschat. Appellante heeft ook in hoger beroep geen gegevens van medische aard naar voren gebracht die tot het oordeel leiden dat haar beperkingen zijn onderschat. Appellante heeft volstaan met het vermelden van klachten. Een deel van deze klachten was reeds eerder naar voren gebracht en op juiste wijze beoordeeld. Voor de aanwezigheid op de datum in geding van de overige - niet eerder naar voren gebrachte - klachten is ook in de verklaring van de huisarts geen steun te vinden.

3.2. De door appellante met toestemming van het Uwv ter zitting overgelegde medische rapporten leiden niet tot een ander oordeel dan is vermeld in 3.1.3. Dit reeds omdat deze rapporten niet zien op de datum in geding, zijnde 7 augustus 2007.

3.3. Het hoger beroep van appellante treft derhalve geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3.4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2010.

(get.) J. Brand.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

EF