Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM6658

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-06-2010
Datum publicatie
03-06-2010
Zaaknummer
09-4019 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Verzoekster heeft geen nieuwe feiten of nieuwe omstandigheden als bedoeld in de genoemde bepaling van de Awb, naar voren gebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4019 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek van:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),

om herziening van de uitspraak van de Raad van 13 mei 2009, 07/4836 WIA (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

verzoekster

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft verzocht om herziening van de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft hierop desgevraagd bij schrijven van 16 september 2009 gereageerd.

Verzoekster heeft bij brief van 12 november 2009 nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2010. Verzoekster is verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door A.B. Froentjes.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de Raad beslist op het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 9 juli 2007, 06/2366. In dit geding ging het om een weigering van het Uwv om aan verzoekster met ingang van 11 september 2006 een uitkering ingevolge de Wet WIA toe te kennen. De Raad heeft in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat de rechtbank het beroep terecht ongegrond heeft verklaard.

1.2. Met het verzoek om herziening is beoogd dat de Raad van zijn aangevallen uitspraak terugkomt onder aanvoering als reden dat de uitspraak onjuist is.

2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb juncto artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn en,

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.2. Zoals de Raad eerder heeft overwogen in onder meer zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN AN7982, is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu verzoekster niet enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in de genoemde bepaling van de Awb, naar voren heeft gebracht.

3. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2010.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) T.J. van der Torn.

JL