Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM6641

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-06-2010
Datum publicatie
03-06-2010
Zaaknummer
09-3971 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning WGA-uitkering. De aangevallen uitspraak is gedaan door een andere rechter dan de rechter die de zaak ter zitting op 8 mei 2008 heeft behandeld, het vooronderzoek heeft heropend en de deskundige heeft ingeschakeld. Deskundige rechtbank wordt gevolgd. Appellant heeft geen nieuwe medische gegevens aangevoerd ter onderbouwing van zijn standpunt, noch is hij erin geslaagd de Raad er met hetgeen hij ter zitting nog ter toelichting heeft aangevoerd van te overtuigen dat zich hier de bedoelde uitzondering voordoet en de rechtbank niet had mogen afgaan op de bevindingen van de deskungen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3971 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 27 mei 2009, 07/4577 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Mr. R.G. van den Heuvel, advocaat te Gouda, heeft namens appellant hoger beroep ingesteld en het Uwv heeft verweer uitgebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Voor het Uwv is verschenen C. van Nood.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant, laatstelijk werkzaam als lasser met een werkweek van gemiddeld 49,55 uur, heeft zich per 30 september 2004 ziek gemeld “vanuit de WW” met spanningshoofdpijn- en psychische klachten.

2. Bij besluit van 15 mei 2007 is ongegrond verklaard appellants bezwaar tegen het besluit van 13 september 2006 waarbij aan hem op grond van de Wet WIA naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-80% per 28 september 2006 een loongerelateerde WGA-uitkering is toegekend.

3.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank appellants beroep tegen het besluit van 15 mei 2007 ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - samengevat - het volgende overwogen:

3.2. In zijn onderzoeksrapport van 24 juli 2008 heeft de - door de rechtbank als deskundige ingeschakelde - psychiater M. Kazemier geconcludeerd dat bij appellant op de datum in geding sprake was van een aanpassingsstoornis met gemengde emoties, gedragsverandering en verlaging van de pijndrempel alsook een persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke kenmerken. Kazemier kan zich verenigen met de door de verzekeringsarts op 27 juli 2006 opgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Daarbij heeft Kazemier aangegeven dat met de uit de aanpassingsproblematiek voortgekomen beperkingen in principe arbeid verenigbaar is, vooral als rekening wordt gehouden met de door de verzekeringsarts omschreven beperkingen van het persoonlijk en sociaal functioneren. Gezien de emotionele aanpassingsproblematiek is 20 uur per week aanvankelijk aan te raden. Op de datum in geding was appellant in staat om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen, aldus tot slot Kazemier.

Het rapport van Kazemier is om commentaar voorgelegd aan beide partijen. Appellant heeft aangegeven dat Kazemier is voorbij gegaan aan het oordeel van de hem behandelende psychiater Bliek en de door de verzekeringsarts ingeschakelde psychiater Kasi, die beiden hebben geconcludeerd dat hij volledig arbeidsbeperkt is en het functioneren in een arbeidsrelatie niet aankan. In reactie op dit commentaar heeft Kazemier bij brief van 12 januari 2009 een uitgebreide toelichting gegeven.

Er bestaat geen aanleiding om de conclusie van Kazemier niet te volgen.

In beroep heeft de bezwaararbeidsdeskundige de als eerste aan de schatting ten grondslag gelegde functie laten vallen en een reservefunctie aan de schatting ten grondslag gelegd, zonder gevolgen voor de mate van arbeidsongeschiktheid. De belasting in de functies gaat appellants bij de FML vastgelegde belastbaarheid niet te boven. Voor zover er sprake is van signaleringen (ten teken van mogelijke overschrijding van de belastbaarheid) is door de arbeidskundige op 5 september 2006 afdoende gemotiveerd dat die geen overschrijding van appellants belastbaarheid op de datum in geding opleveren.

4. In hoger beroep heeft appellant, van mening dat hij op medische gronden volledig arbeidsongeschikt had moeten worden bevonden, aangevoerd dat de rechtbank onvoldoende waarde heeft toegekend aan de diagnose en de reactie van de hem behandelende psychiater Bliek. Voorts heeft Kazemier miskend de ernst van de sedatie en de door Bliek gemaakte melding bij de acute dienst, wat de reden is voor het langdurig gebruik van anti-psychotica, in welk verband van belang is de begin 2009 nieuw voorgeschreven medicatie.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2. De aangevallen uitspraak is gedaan door een andere rechter dan de rechter die de zaak ter zitting op 8 mei 2008 heeft behandeld, het vooronderzoek heeft heropend en Kazemier als deskundige heeft ingeschakeld. Een verklaring daarvoor is door de rechtbank niet gegeven en is evenmin in de voorhanden rechtbankstukken te vinden. Deze ambtshalve te beoordelen handelwijze van de rechtbank verdraagt zich niet met artikel 8:77, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad zal dan ook de aangevallen uitspraak vernietigen en beslissingen over griffierecht en proceskosten geven. Aangezien de zaak naar het oordeel van de Raad geen nadere behandeling door de rechtbank behoeft, ziet de Raad aanleiding tot het geven van een inhoudelijk oordeel.

5.3. Het is vaste rechtspraak van de Raad dat een door de bestuursrechter ingeschakelde onafhankelijke deskundige slechts bij uitzondering niet wordt gevolgd. Het rapport van Kazemier getuigt van zorgvuldig onderzoek, is consistent en is naar behoren gemotiveerd. Kazemier heeft in zijn op appellants medische situatie op 28 september 2006 betrekking hebbende rapport aandacht besteed aan de rapporten van Bliek alsook Kasi en is nader ingegaan op het commentaar van Bliek op zijn rapport. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe medische gegevens aangevoerd ter onderbouwing van zijn standpunt, noch is hij erin geslaagd de Raad er met hetgeen hij ter zitting nog ter toelichting heeft aangevoerd van te overtuigen dat zich hier de bedoelde uitzondering voordoet en de rechtbank niet had mogen afgaan op de bevindingen van Kazemier. Dat appellant begin 2009 wegens toegenomen beperkingen volledig arbeidsongeschikt is geacht, zoals hij ter zitting heeft gesteld, vormt op zichzelf onvoldoende aanleiding om die nieuwe medische situatie op de datum thans in geding te betrekken.

Het is de Raad niet kunnen blijken dat appellant met zijn bij de op 27 juli 2006 vastgestelde en sedertdien niet aangescherpte FML vastgelegde (forse, mede gelet op de beperking van de werktijd tot en met 4 uur per dag, 20 uur per week) medische beperkingen de aan de schatting ten grondslag liggende functies in medisch opzicht niet kan vervullen.

6. Het in 5.2 overwogene leidt tot veroordeling van het Uwv in appellants proceskosten wegens in beroep en in hoger beroep verleende rechtsbijstand tot een bedrag van in totaal € 1.288,--. Dit bedrag dient te worden betaald aan de griffier van de Raad, aangezien appellant in hoger beroep (anders dan in beroep) een bewijs van toevoeging krachtens de Wet op de rechtsbijstand heeft overgelegd. Van andere voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de Raad niet kunnen blijken.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep ongegrond;

Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van in totaal € 1.288,--, te betalen aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat het Uwv aan appellant vergoedt het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht, een bedrag van in totaal € 149,--.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2010.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) T.J. van der Torn.

JL