Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM6298

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-05-2010
Datum publicatie
01-06-2010
Zaaknummer
08-7269 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht ontstaan op een WIA-uitkering. Na nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek in de beroepsfase heeft appellant zijn standpunt gewijzigd en aan betrokkene alsnog een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Het tweede besluit heeft voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/7269 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 27 november 2008, 07/811 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)

en

appellant.

Datum uitspraak: 28 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2010. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Belopavlovic. Namens betrokkene is verschenen mr. W.F.C. van Megen, advocaat te Utrecht.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Aan de aangevallen uitspraak ontleent de Raad de volgende feiten en omstandigheden.

1.2. Bij besluit van 13 februari 2007 heeft appellant vastgesteld dat voor betrokkene per 9 januari 2007 geen recht ontstaat op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

1.3. Het door betrokkene tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 20 juni 2007 (hierna: bestreden besluit 1) ongegrond verklaard.

2.1. Betrokkene heeft tegen dit besluit beroep aangetekend.

2.2. Na nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek in de beroepsfase heeft appellant zijn standpunt gewijzigd en aan betrokkene bij besluit van 2 oktober 2008 (hierna: bestreden besluit 2) alsnog een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend.

2.3. De rechtbank was van oordeel dat met dit besluit niet volledig aan de bezwaren van betrokkene tegemoet gekomen is en heeft het beroep mede tegen het bestreden besluit 2 ingevolge de artikelen 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gericht geacht.

2.4. De rechtbank heeft de medische grondslag van het bestreden besluit 2 onderschreven.

2.5. Ten aanzien van de arbeidskundige grondslag en de aan betrokkene voorgehouden functies heeft de rechtbank het volgende overwogen.

2.6. Volgens de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) is betrokkene beperkt geacht op het punt “tillen of dragen” tot ongeveer 5 kilogram. Op het belastingpunt “trappenlopen” is betrokkene licht beperkt geacht tot ten minste in een keer een trap op en af (1 verdieping woonhuis).

2.7. Bij de functie monteur (Sbc-code 111180) moet betrokkene tijdens 5 werkuren 2 maal ongeveer 10 kilo te tillen. In deze functie moet eveneens tijdens twee werkuren 1 maal ongeveer 1 minuut achtereen 10 kilogram gedragen worden. Voor wat betreft het punt “trappenlopen” komt dit in deze functie tijdens 4 werkuren 2 maal ongeveer 20 treden achtereen voor.

2.8. De rechtbank was van oordeel dat in deze Sbc-code de belasting de belastbaarheid van betrokkene op de punten “tillen”, “dragen” en “trappenlopen” overschrijdt.

2.9. De rechtbank was tevens van oordeel dat bij de functie wikkelaar (Sbc-code 267050) met 1 maal per uur tillen van 10 kilogram er eveneens sprake was van een overschrijding op dit punt.

2.10. Gezien deze overwegingen van de rechtbank resteerden er te weinig functies om de schatting te dragen. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit 1 niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het bestreden besluit 2 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, met bijkomende bepalingen over vergoeding van proceskosten en griffierecht.

3. Appellant is van die uitspraak in hoger beroep gekomen. Hij stelt zich op het standpunt dat de functies onterecht niet als passend zijn beschouwd door de rechtbank. De belasting in de functies is besproken door de bezwaararbeidsdeskundige en de bezwaarverzekeringsarts met als gezamenlijke conclusie dat de functies passend zijn.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. De Raad kan appellant volgen in zijn standpunt dat bij de functie met Sbc-code 111180 geen overschrijding plaatsvindt op het punt van “trappenlopen”. Bij dit item op de resultaat functiebeoordeling is geen sprake van een signalering die door appellant zou moeten worden gemotiveerd. Licht beperkt op de FML houdt in dat men 5 maal per uur een trap van 15 treden op én af kan gaan, dus steeds 30 treden achtereen. De 20 treden bij deze functie vormen geen overschrijding.

4.3. Ten aanzien van het oordeel van de rechtbank dat bij het tillen en dragen van 10 kilogram bij twee Sbc-codes sprake is van een overschrijding van de belastbaarheid van betrokkene overweegt de Raad het volgende.

4.4. In Sbc-code 111180 zijn twee functies geselecteerd met in totaal 14 arbeidsplaatsen. In de functie van soldering technician (functienummer 3693-333-001) komt tillen en dragen slechts voor tot 2 kilogram. Deze functie vertegenwoordigt 10 arbeidsplaatsen. In de Sbc-code 267050 selecteerde de bezwaararbeidsdeskundige 6 functies met in totaal 48 arbeidsplaatsen. Alleen de functies van wikkelaar (functienummers 3621-0051-014 en 3621-0051-001) kennen een belasting aan tillen en dragen tot 10 kilogram. In de overige functies in deze Sbc-code, die samen in totaal 41 arbeidsplaatsen vertegenwoordigen, is het tillen en dragen beperkt tot maximaal 5 kilogram.

4.5. De Raad vermag niet in te zien waarom deze functies niet aan betrokkene voorgehouden hadden mogen worden.

Nu er in ieder geval drie Sbc-codes resteren, te weten de nummers 111180, 267050 en 267040, met een voldoende aantal arbeidsplaatsen om de schatting te dragen ziet de Raad geen aanleiding om de arbeidskundige grondslag voor onjuist te houden.

4.6. Het hoger beroep slaagt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten, met uitzondering van de bepalingen over de vergoeding van proceskosten en griffierecht;

Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 ongegrond;

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2010.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M.A. van Amerongen.

KR