Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM6280

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-05-2010
Datum publicatie
01-06-2010
Zaaknummer
08-7184 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de medische beperkingen. Geschiktheid geduide functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/7184 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 31 oktober 2008, 08/890 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 31 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S. Guman, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 april 2010.

Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door M. de Bluts.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit op bezwaar van 27 december 2007 heeft het Uwv zijn primaire besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering van appellant per 16 oktober 2007 wegens een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% gehandhaafd.

1.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank (kort samengevat) overwogen dat het medische onderzoek, dat ten grondslag ligt aan het bestreden besluit, zorgvuldig is geweest en er geen aanknopingspunten zijn dat het medische oordeel van de verzekeringsartsen niet juist is. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat de voorgehouden functies van produktiemedewerker metaal, produktiemedewerker industrie en magazijnmedewerker medisch gezien geschikt zijn voor appellant, doch dat ten aanzien van bij deze functies verschenen signaleringen pas in beroep afdoende motivering is gegeven door de bezwaararbeidsdeskundige in diens rapportage van 24 juni 2008. De rechtbank heeft vervolgens het beroep van appellant tegen het besluit op bezwaar van 27 december 2007 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd onder de bepaling dat de rechtsgevolgen van dit besluit geheel in stand blijven. Voorts heeft zij bepaald dat het Uwv het griffierecht aan appellant dient te vergoeden evenals een bedrag van € 644,- wegens proceskosten.

2. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige nagenoeg geen nader onderzoek hebben verricht of appellant de voorgehouden functies kan uitoefenen. De rechtbank heeft weliswaar het beroep gegrond verklaard maar ten onrechte nagelaten om nader onderzoek te laten verrichten naar de belastbaarheid van appellant. Ten onrechte heeft de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit van 27 december 2007 in stand gelaten.

3. Het Uwv heeft bij het verweerschrift het eerder ingenomen standpunt gehandhaafd.

4.1. De Raad overweegt het volgende.

4.2. Met de rechtbank en op dezelfde gronden is de Raad van oordeel dat het medische onderzoek door de (bezwaar-)verzekeringsarts zorgvuldig is geweest en dat er geen aanleiding bestaat tot twijfel aan de juistheid van de medische beperkingen. De Raad stelt zich dan ook achter de overwegingen van de rechtbank terzake en maakt deze tot de zijne. Nu appellant ook in hoger beroep geen nadere medische informatie heeft ingediend ter onderbouwing van zijn standpunt ziet de Raad geen aanleiding tot twijfel aan de medische beoordeling.

4.3. Vervolgens is de Raad, met de rechtbank, van oordeel dat appellant in staat moet worden geacht de voorgehouden functies te verrichten. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat met de toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige op de signaleringen bij rapportage van 24 juni 2008 afdoende is gemotiveerd dat appellant in staat moet worden geacht deze functies te verrichten.

4.4. De Raad is dan ook van oordeel dat de rechtbank terecht het beroep gegrond heeft verklaard en het besluit op bezwaar heeft vernietigd onder de bepaling dat de rechtsgevolgen geheel in stand blijven.

4.5. Gelet op het bovenstaande slaagt het hoger beroep niet.

4.6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2010.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) D.E.P.M. Bary.

KR