Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM5948

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-05-2010
Datum publicatie
27-05-2010
Zaaknummer
09-645 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WiA-uitkering toe te kennen. Minder dan 35% arbeidsongeschikt. Evenals de rechtbank heeft de Raad geen redenen om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek van het Uwv en de juistheid van de overwegingen en de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts, waarop het bestreden besluit is gebaseerd. De toegekende beperkingen zijn volledig dekkend. Aldus uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellant vastgestelde medische beperkingen is de Raad van oordeel dat de functies die uiteindelijk aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellant in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/645 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudig kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 19 december 2008, 08/828 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 26 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R. Leclercq-Hamers, advocaat te Ubachsberg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 april 2010. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door F. Houtbeckers.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft zich vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet met rugklachten met ingang van 9 december 2005 arbeidsongeschikt gemeld.

1.2. Op de aanvraag van appellant om een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) heeft het Uwv bij besluit van 22 november 2007 afwijzend beslist, omdat appellant per 7 december 2007 minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht. Daaraan ligt het standpunt ten grondslag dat appellant met zijn medische beperkingen, vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), geschikt is voor het verrichten van werkzaamheden in passende functies. Het door appellant tegen dat besluit gemaakte bezwaar is door het Uwv bij besluit van 21 april 2008 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft, kort gezegd, de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.

3.1. Appellant heeft in hoger beroep herhaald – kort weergegeven – dat het aan het bestreden besluit ten grondslag liggend medisch onderzoek onzorgvuldig is, mede omdat de (bezwaar)verzekeringsarts heeft nagelaten voldoende informatie in te winnen bij zijn behandelend artsen. Hij acht zich meer beperkt dan in de FML is vastgelegd. Hij heeft er met name op gewezen dat ten onrechte geen urenbeperking is gesteld. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft hij inlichtingen van zijn huisarts overgelegd, waaronder gegevens van de behandelend revalidatiearts. Gelet op zijn beperkingen acht appellant zich niet in staat werkzaamheden in de geduide functies te verrichten. Bovendien is de beschrijving van één van de functies onvolledig.

3.2. Het Uwv heeft in het verweerschrift verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen, onder verwijzing naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 6 mei 2009 en van de bezwaararbeidsdeskundige van 13 mei 2009.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De medische grondslag van het bestreden besluit steunt met name op de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 26 maart 2008. Deze arts heeft appellant gesproken op de hoorzitting, het dossier bestudeerd waaronder informatie van neuroloog dr. R. Beekman van 6 december 2005, en vervolgens informatie ingewonnen en verkregen van neurochirurg drs. F.A. van Nie bij brief van 18 maart 2008, met bijlagen. Deze bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapport overwogen dat appellant bekend is met fibromyalgie en locomotore klachten heeft die zich uiten in pijnen van het spier- en steunweefsel zonder dat er sprake is van een potentieel invaliderende reumatologische aandoening. Aangezien er geen sprake is van energetische beperkingen is een urenreductie ook hiervoor niet geïndiceerd. De toegekende beperkingen zijn volledig dekkend. Indien appellant werkzaamheden verricht die qua belasting binnen het toegestane belastbaarheidspatroon vallen, zal er geen schade voor de gezondheid te verwachten zijn. De bezwaarverzekeringsarts is tot de conclusie gekomen dat de door de verzekeringsarts opgestelde FML ongewijzigd dient te blijven. Evenals de rechtbank heeft de Raad geen redenen om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek van het Uwv en de juistheid van de overwegingen en de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts, waarop het bestreden besluit is gebaseerd.

4.2. Naar aanleiding van hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht, heeft de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapportage van 6 mei 2009 onder meer naar voren gebracht dat in vergelijking met de beroepsprocedure er geen wezenlijk nieuwe argumenten zijn. Daarbij heeft hij erop gewezen dat hij in bezwaar informatie heeft ingewonnen bij de neurochirurg, de daarvoor meest aangewezen behandelaar van appellant. Verder is de informatie van de neurochirurg adequaat, levert de informatie van de revalidatiearts geen nieuwe wezenlijke bijdrage en geeft ook de informatie van de fysiotherapeut geen nieuwe inzichten. Ten slotte heeft de bezwaarverzekeringsarts nogmaals uiteengezet dat appellant niet voldoet aan de criteria volgens de standaard ‘Verminderde arbeidsduur’. Indien de arbeid voldoet aan de aangegeven beperkingen is er een belastbaarheid voor 8 uur per dag en 40 uur per week. De bezwaarverzekeringsarts heeft geconcludeerd dat het hoger beroepschrift geen aanleiding geeft tot wijziging van de eerdere ingenomen verzekeringsgeneeskundige standpunten. De Raad onderschrijft deze conclusie van de bezwaarverzekeringsarts.

4.3. Aldus uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellant vastgestelde medische beperkingen is de Raad van oordeel dat de functies die uiteindelijk aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellant in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt. In aanmerking genomen de rapportages van de bezwaararbeidsdeskundige van 16 april 2008 en van 13 mei 2009, in welke rapportage in het bijzonder is ingegaan op de arbeidskundige gronden van het hoger beroep, is ook de Raad van oordeel dat een als genoegzaam aan te merken onderbouwing is gegeven aan de geschiktheid van de geselecteerde functies. Gelet op de verdiensten in die functies is de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA door het Uwv terecht gesteld op minder dan 35%.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt als voorzitter en T. Hoogenboom en M.S.E. Wulffraat-van Dijk als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2010.

(get.) H. Bolt.

(get.) T.J. van der Torn.

JL