Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM5912

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-05-2010
Datum publicatie
27-05-2010
Zaaknummer
09-2138 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ingangsdatum WAJONG-uitkering. De wet bepaalt dat een Wajong-uitkering pas eerder kan ingaan dan een jaar voor de dag waarop de aanvraag is gedaan, indien er sprake is van een bijzonder geval. De omstandigheden waaronder appellante is opgegroeid en de situatie waarin appellante na haar jeugd verkeerde, waren zeker voor haar niet gemakkelijk, maar die omstandigheden en die situatie leveren geen bijzonder geval op. Geen sprake van onvermogen aanvraag in te dienen. Onbekendheid met de Wajong is geen reden voor het aannemen van een bijzonder geval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2138 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 27 maart 2009, 08/1425 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 21 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2010. Appellante was aanwezig. Voor het Uwv was aanwezig P.J.L.H. Coenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), zoals die luidden tot 1 januari 2010.

2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellante tegen het besluit van 12 augustus 2008, bij welk besluit het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 17 juni 2008, waarbij aan appellante met ingang van 18 maart 2007 een Wajong-uitkering is toegekend.

2.2. De rechtbank heeft bij haar uitspraak overwogen dat zij op grond van de door appellante gestelde omstandigheden niet anders kan concluderen dan dat er geen sprake is van een bijzonder geval. De rechtbank heeft onderkend dat de omstandigheden waarin appellante verkeerde niet gemakkelijk waren. Niettemin moest appellante naar haar oordeel in staat zijn geweest, zonodig met behulp van derden, op een eerder tijdstip een aanvraag om een Wajong-uitkering in te dienen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv op juiste gronden aangenomen dat er bij appellante geen sprake was van een onvermogen om (tijdig) een uitkering aan te vragen. Daarbij heeft de rechtbank erop gewezen dat appellante wel in staat is geweest om een bijstandsuitkering aan te vragen. Tevens heeft de rechtbank overwogen dat onbekendheid met de regelgeving nimmer een reden kan zijn tot het aannemen van een bijzonder geval.

3.1. De Raad is het met de rechtbank eens. De wet bepaalt dat een Wajong-uitkering pas eerder kan ingaan dan een jaar voor de dag waarop de aanvraag is gedaan, indien er sprake is van een bijzonder geval. De omstandigheden waaronder appellante is opgegroeid en de situatie waarin appellante na haar jeugd verkeerde, waren zeker voor haar niet gemakkelijk, maar die omstandigheden en die situatie leveren geen bijzonder geval op. Van een bijzonder geval kan wel sprake zijn bij een onvermogen om eerder een aanvraag in te dienen of in een situatie waarin iemand niet in de gaten heeft dat er sprake is van arbeidsongeschiktheid. Vaak gaat het daarbij om een ernstige psychiatrische aandoening. Van zo’n aandoening is bij appellante geen sprake. Wel doet zich bij appellante de situatie voor dat zij niet wist dat zij een aanvraag om een Wajong-uitkering kon doen. Appellante heeft dit op de zitting van de Raad ook gezegd. De Raad heeft al vaker geoordeeld dat onbekendheid met de Wajong geen reden is voor het aannemen van een bijzonder geval.

3.2. De Raad laat dan ook de uitspraak van de rechtbank in stand.

4. Voor een proceskostenveroordeling is geen reden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en R.C. Stam en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2010.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) M.A. van Amerongen.

JL