Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM5686

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-05-2010
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
09-4632 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering heropening WAO-uitkering. Geen sprake van toegenomen arbeidsongeschiktheid. Geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het medische oordeel van het Uwv. De bezwaarverzekeringsarts heeft naar het oordeel van de Raad bij rapport van 10 november 2008 genoegzaam beargumenteerd dat een toename van de pijnklachten van de rug bij gelijk gebleven spondylolisthesis- en lysis niet leidt tot meer beperkingen noch dat wijziging van de diagnose aangaande de psychische problematiek bij appellante bij gelijk gebleven psychische klachten leidt tot meer beperkingen. Voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige ziet de Raad geen reden. Bij gebreke van een toename van medische beperkingen kan een arbeidskundige beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid achterwege blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4632 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 15 juli 2009, 08/9328 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 12 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2010. Appellante is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde mr. C.J. van Woerden, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. P.F.G. Hermans.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante ontving in verband met psychische klachten en rugklachten een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Het Uwv heeft deze uitkering ingaande 23 mei 2007 ingetrokken omdat de mate van haar arbeidsongeschiktheid minder bedraagt dan 15%. Appellante heeft het Uwv nadien gemeld dat haar rug- en psychische klachten zijn toegenomen.

1.2. Bij besluit van 3 juni 2008, gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 2 december 2008 (hierna: het bestreden besluit), heeft het Uwv geweigerd de WAO-uitkering van appellante te heropenen omdat er geen sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid. De verzekeringsartsen hebben op grond van eigen onderzoek en na raadpleging van de behandelend sector vastgesteld dat er op en na 23 mei 2007 geen datum is aan te wijzen waarop de belastbaarheid van appellante ten aanzien van de psyche en rug is afgenomen ten opzichte van de laatstelijk verrichte beoordeling. Het Uwv heeft vervolgens nog op grond van arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat het verlies aan verdiencapaciteit nihil is.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft over de medische grondslag van het bestreden besluit geoordeeld dat zij geen redenen heeft om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek door het Uwv en de juistheid van de conclusies daarvan. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat een arbeidskundige beoordeling niet meer aan de orde is nu het Uwv geoordeeld heeft dat geen sprake is van toegenomen medische beperkingen.

3. Appellante heeft in hoger beroep gesteld dat haar beperkingen op en na 23 mei 2007 door het Uwv zijn onderschat en dat wel degelijk sprake is van een toename van haar klachten en beperkingen. Daarbij heeft appellante gewezen op de brief van haar huisarts van 31 januari 2008 en het huisartsenjournaal waaruit volgens haar blijkt dat zij toenemende rugpijn heeft en zij hiervoor frequent het spreekuur van de huisarts heeft bezocht. Naar de mening van appellante blijkt uit het feit dat thans, in tegenstelling tot de laatstelijk verrichte beoordeling toen melding werd gemaakt van ‘lichte spanningsklachten met gezinsproblematiek en heimwee’, een psychiatrisch ziektebeeld in engere zin (PTTS en depressie) is vastgesteld, haar psychische beperkingen zijn toegenomen. Appellante heeft verder gesteld dat de combinatie van psychische en lichamelijke klachten haar beperkingen versterkt. Appellante heeft de Raad verzocht een psychiater te benoemen voor een deskundigenonderzoek.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad onderschrijft de in de aangevallen uitspraak door de rechtbank vermelde overwegingen en maakt deze tot de zijne.

4.2. Ook de Raad heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het medische oordeel van het Uwv. De Raad tekent daarbij aan dat appellante in hoger beroep geen gegevens in het geding heeft gebracht die twijfel zouden kunnen doen rijzen aan de juistheid van dat medisch oordeel. De bezwaarverzekeringsarts heeft naar het oordeel van de Raad bij rapport van 10 november 2008 genoegzaam beargumenteerd dat een toename van de pijnklachten van de rug bij gelijk gebleven spondylolisthesis- en lysis niet leidt tot meer beperkingen noch dat wijziging van de diagnose aangaande de psychische problematiek bij appellante bij gelijk gebleven psychische klachten leidt tot meer beperkingen. Voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige ziet de Raad geen reden.

4.3. Bij gebreke van een toename van medische beperkingen kan een arbeidskundige beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid achterwege blijven.

4.4. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.3 is overwogen volgt dat het hoger beroep van appellante niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2010.

(get.) H. Bolt.

(get.) M. Mostert.

JL