Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM5573

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-05-2010
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
09-3926 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de aangevoerde gronden geen aanleiding geven tot twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts. De door appellant in hoger beroep ingediende brief van psychiater Upmeijer werpt naar het oordeel van de Raad geen nieuw licht op de zaak. De Raad ziet dan ook geen grond voor twijfel aan de juistheid van het door de bezwaarverzekeringsarts A. Colijn ingenomen standpunt, neergelegd in de rapportage van 25 maart 2010, dat de informatie van Upmeijer geen aanleiding geeft tot bijstelling van het medisch oordeel.

Gelet op het voorgaande ziet de Raad, evenmin als de rechtbank, aanleiding tot benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het Uwv op goede gronden de functies van productiemedewerker metaal, productiemedewerker industrie en wikkelaar heeft gebruikt voor de schatting. De Raad is dan ook van oordeel dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand heeft gelaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3926 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen 16 juni 2009, 08/1223 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 21 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.C. Cornelisse, advocaat te Apeldoorn, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2010.

Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Cornelisse, voornoemd. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. M.W.A. Blind.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit op bezwaar van 9 juli 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv zijn eerdere besluit van 14 december 2007 tot beƫindiging van de WAO-uitkering van appellant per 5 februari 2008 herzien in die zin dat aan appellant per 5 februari 2008 een WAO-uitkering is toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

1.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant ingediende beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd onder de bepaling dat de rechtsgevolgen geheel in stand blijven. Hiertoe heeft zij overwogen dat de aanwezige medische informatie geen aanknopingspunten biedt voor twijfel aan de juistheid van de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid van appellant en dat het Uwv de drie geselecteerde functies van productiemedewerker metaal, productiemedewerker industrie en wikkelaar op goede gronden aan de schatting ten grondslag heeft gelegd. Aangezien het Uwv pas in de beroepsfase een volledige toelichting op de voorgehouden functies heeft gegeven heeft de rechtbank besloten tot vernietiging van het bestreden besluit onder de bepaling dat de rechtsgevolgen geheel in stand blijven.

2. Appellant heeft in hoger beroep de in eerste aanleg aangevoerde gronden herhaald: hij heeft aangevoerd dat zijn beperkingen ten gevolge van longklachten en klachten van psychische aard zijn onderschat; onder andere had rekening moeten worden gehouden met een urenbeperking. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft hij een brief van zijn behandelende psychiater J.G. Upmeijer ingediend, gedateerd 9 maart 2010. Nu de rechtbank (ten onrechte) geen aanleiding heeft gezien tot benoeming van een onafhankelijke deskundige verzoekt appellant de Raad om tot benoeming van een onafhankelijke psychiater over te gaan.

3.1. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de aangevoerde gronden geen aanleiding geven tot twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts. De Raad stelt zich volledig achter de overwegingen van de rechtbank terzake en maakt deze tot de zijne. De door appellant in hoger beroep ingediende brief van psychiater Upmeijer werpt naar het oordeel van de Raad geen nieuw licht op de zaak. De Raad ziet dan ook geen grond voor twijfel aan de juistheid van het door de bezwaarverzekeringsarts A. Colijn ingenomen standpunt, neergelegd in de rapportage van 25 maart 2010, dat de informatie van Upmeijer geen aanleiding geeft tot bijstelling van het medisch oordeel.

Gelet op het voorgaande ziet de Raad, evenmin als de rechtbank, aanleiding tot benoeming van een onafhankelijke deskundige.

3.2. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het Uwv op goede gronden de functies van productiemedewerker metaal, productiemedewerker industrie en wikkelaar heeft gebruikt voor de schatting. De Raad stelt zich volledig achter de overwegingen van de rechtbank terzake en maakt deze tot de zijne. De Raad is dan ook van oordeel dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand heeft gelaten.

4.1. Gelet op het voorgaande dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd voor zover aangevochten.

4.2. De Raad acht geen termen aanwezig om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2010.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) T.J. van der Torn.

EF