Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM5563

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-05-2010
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
09-1948 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering omdat betrokkene minder dan 15% arbeidsongeschikt is. Juistheid medische grondslag. Geschiktheid voorgehouden functies. De bezwaar- verzekeringsarts heeft echter aanleiding gezien de FML aan te scherpen in die zin dat betrokkene niet ’s nachts kan werken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1948 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (Verenigd Koninkrijk) (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2009, 07/2892 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 21 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. Raaijmakers, advocaat te Hoofddorp, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2010. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. R.A. Sowka.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 27 februari 2007 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellante per 28 april 2007 (datum in geding) ingetrokken omdat appellante per die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt is.

1.2. Het door appellante daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 13 september 2007 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe geoordeeld dat er geen reden is om de medische of de arbeidskundige component van de schatting onjuist of onzorgvuldig te achten.

3. Appellante heeft zich hier niet mee kunnen verenigen en heeft in hoger beroep de gronden van het beroep herhaald. Deze houden in dat zij per 28 april 2007 onverminderd volledig arbeidsongeschikt is te achten. Zij heeft veel pijn en gebruikt veel medicijnen en zij kan geen enkele beweging lange tijd achter elkaar volhouden. Het onderzoek naar haar beperkingen is niet zorgvuldig geweest omdat niet alle relevante medische gegevens bij de besluitvorming zijn betrokken. De rechtbank heeft ten onrechte geen deskundige benoemd en appellante verzoekt de Raad wel een deskundige te benoemen.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2.1. Met de rechtbank ziet de Raad geen reden om de bevindingen van de (bezwaar)verzekeringsarts met betrekking tot de klachten van appellante en haar beperkingen voor onjuist te houden. De Raad overweegt hiertoe dat appellante door de verzekeringsarts is onderzocht en dat er informatie van de behandelende sector in het dossier aanwezig is die bij het vaststellen van haar beperkingen en het vastleggen daarvan in de FML afdoende is meegewogen. De bezwaar- verzekeringsarts heeft dossierstudie verricht, is aanwezig geweest bij de (telefonische) hoorzitting en heeft de in de bezwaarfase ingebrachte medische stukken bestudeerd. Vervolgens heeft hij zich wat betreft de vaststelling van de beperkingen van appellante met de bevindingen van de verzekeringsarts kunnen verenigen. Hij heeft echter aanleiding gezien de FML aan te scherpen in die zin dat appellante niet ’s nachts kan werken.

In hoger beroep heeft appellante geen medische stukken ingebracht en evenmin is anderszins aannemelijk gemaakt dat zij meer of anders is beperkt dan in de FML is weergegeven.

4.2.2. Appellante heeft de Raad verzocht haar door een onafhankelijke deskundige te doen onderzoeken. De Raad ziet echter geen aanleiding dit verzoek in te willigen. De hiervoor noodzakelijke twijfel aan de volledigheid en juistheid van de door het Uwv vastgestelde medische situatie van appellante per 28 april 2007 en de op basis daarvan per die datum vastgestelde medische beperkingen ontbreekt.

4.3. De Raad is voorts van oordeel dat de rechtbank ook de geschiktheid van de geduide functies afdoende heeft besproken. De Raad volgt het oordeel van de rechtbank dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, voor appellante in medisch opzicht passend zijn te achten.

5. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en R.C. Stam en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2010.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) R.L. Venneman.

JL