Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM5487

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-05-2010
Datum publicatie
25-05-2010
Zaaknummer
08-1663 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Geen sprake van een medisch objectief aantoonbare gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de medische bevindingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/1663 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 11 februari 2008, 07/445 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 21 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.L.A.M. van Os, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2010, waar appellant met bericht van verhindering niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door V.A.R. Kali.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 4 januari 2007, hierna: bestreden besluit, heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit van 6 september 2006, waarbij de uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van appellant per 26 oktober 2006 is ingetrokken, omdat appellant per die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt was.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv bij appellant niet te geringe beperkingen heeft vastgesteld. Voorts is zij er voldoende van overtuigd dat de aan appellant voorgehouden functies geschikt voor hem zijn.

3.1. Appellant heeft in hoger beroep verwezen naar de door hem in bezwaar en beroep ingediende gronden.

3.2. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank die gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. Terecht is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat de rapporten van de verzekeringsartsen mede zijn gebaseerd op het het expertiserapport van prof. dr. E.E.J. Colon van 28 maart 2006. Uit dat rapport volgt dat appellant niet lijdt aan een medisch objectief aantoonbare gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. De rechtbank heeft ook afdoende gemotiveerd waarom de brief van behandelend psycholoog R. Naeye geen aanleiding geeft tot twijfel aan de juistheid van de bevindingen en conclusies van Colon.

3.3. Het hoger beroep van appellant treft daarom geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3.4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en J. Brand en J.P.M. Zeijen als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2010.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) D.E.P.M. Bary.

KR