Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM5111

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-05-2010
Datum publicatie
20-05-2010
Zaaknummer
08-7284 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering toekennen WAO-uitkering. Zorgvuldig onderzoek bezwaarverzekeringsarts. De medische informatie van de behandelend sector, die ziet op na de datum in geding, is meegewogen en biedt geen enkel aanknopingspunt voor de conclusie dat appellante in de relevante (verzekerde) periode onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/7284 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 2 december 2008, 08/65 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 19 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. Koelewijn, advocaat te Uden, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2010. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Koelewijn. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.W.G. Bombeeck

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar rubriek 2 van de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende.

1.2. Appellante heeft op 11 juni 2007 bij het Uwv een aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingediend. Daarbij heeft zij als eerste arbeidsongeschiktheidsdag 1 mei 1980 opgegeven. Bij besluit van 28 september 2007 heeft het Uwv geweigerd aan appellante een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen.

1.3. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. De bezwaarverzekeringsarts J.P.M. Joosten heeft op 12 december 2007 een rapport uitgebracht. Daarin heeft de bezwaarverzekeringsarts gesteld dat er mogelijk in 1980 wel een wachttijd is aangevangen, maar appellante de vereiste wachttijd van 52 weken niet heeft doorlopen. Ook nadien is er volgens de bezwaarverzekeringsarts geen (verzekerde) periode van minimaal een jaar aan te wijzen waarin appellante onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest. In overeenstemming hiermee heeft het Uwv bij besluit van 14 december 2007 (hierna: het bestreden besluit) het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij betekenis toegekend aan de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts.

3. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt in essentie een herhaling van hetgeen zij reeds in beroep naar voren heeft gebracht.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. De Raad stelt voorop dat indien een betrokkene eerst geruime tijd na de aanvang van de gestelde arbeidsongeschiktheid een aanvraag om een arbeidsongeschiktheidsuitkering indient, naar vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 5 maart 2004, LJN AO9259) het nadeel dat de medische situatie van betrokkene op de gestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet meer met zekerheid is vast te stellen voor zijn rekening en risico komt.

4.3. De Raad kan zich dan ook geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen leiden. Naar het oordeel van de Raad is het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig en weloverwogen geweest. De medische informatie van de behandelend sector, die ziet op na de datum in geding, is meegewogen en biedt geen enkel aanknopingspunt voor de conclusie dat appellante in de relevante (verzekerde) periode onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt is geweest. Het risico van eventuele onduidelijkheid met betrekking tot appellantes medische situatie ten tijde in geding moet door het tijdsverloop van 27 jaar voor rekening van appellante blijven.

4.4. Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2010.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) A.L. de Gier.

JL