Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM5064

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-05-2010
Datum publicatie
20-05-2010
Zaaknummer
08-5472 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ziekmelding met terugwerkende kracht tot eerdere weigering is terecht aangemerkt als een verzoek overeenkomstig art. 4:6 Awb. Geen nieuwe feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/5472 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant]l, wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 4 augustus 2008, 08/157 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 19 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.J.L.M. Dacier, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2010.

Appellant is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.T.B. van der Werf.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 31 maart 2005 is namens het Uwv aan appellant meegedeeld dat hij met ingang van deze datum geen recht meer heeft op ziekengeld, omdat hij niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn arbeid. Bij besluit van 20 april 2005 is het bezwaar tegen het besluit van 31 maart 2005 ongegrond verklaard.

2.1. Bij brief van 13 juni 2007 is appellant met terugwerkende kracht tot 31 maart 2005 opnieuw bij het Uwv ziek gemeld.

2.2. Bij besluit van 20 augustus 2007 heeft het Uwv aan appellant meegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een Ziektewetuitkering.

2.3. Bij besluit van 18 december 2007 (het bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 20 augustus 2007 ongegrond verklaard.

3. De rechtbank heeft overwogen dat het Uwv terecht heeft geconcludeerd dat de onderhavige ziekmelding dient te worden aangemerkt als een verzoek, als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), om terug te komen van het in rechte vaststaande besluit van 31 maart 2005. De rechtbank heeft vervolgens vastgesteld dat appellant ter ondersteunding van het verzoek om terug te komen van het besluit van 31 maart 2005 geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd. Hiervan uitgaande kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat het Uwv niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel.

4. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. Dat appellant aanhoudend klachten heeft kan niet worden gezien als een nieuw feit. De door appellant in hoger beroep overgelegde stukken, te weten een huisarts-journaal van 7 september 2008 en twee brieven van 31 augustus 2007 en 17 september 2008 van dr. med. A.Al-Mrayati, bevatten ook geen nieuwe feiten in de zin van artikel 4:6 van de Awb, nu daarin geen gegevens staan die betrekking hebben op de datum 31 maart 2005. Naar aanleiding van de opmerking van de huisarts dat appellant de afgelopen 15 jaar recidiverende depressies met somatisatiestoornis had, wijst de Raad er nog op dat in een rapport van 19 april 2005 van bezwaarverzekeringsarts P. Kerbusch reeds melding wordt gemaakt van psychische klachten (een somatoforme stoornis), zodat destijds al met een psychische problematiek bij appellant rekening is gehouden.

5. Uit hetgeen is overwogen onder 4 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6 De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2010.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) A.L. de Gier.

CVG