Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM4920

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-05-2010
Datum publicatie
19-05-2010
Zaaknummer
08-4669 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugvordering van onverschuldigd betaalde kinderbijslag omdat appellante geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van de Svb van 3 februari 2006, waarbij haar aanspraak op kinderbijslag voor haar dochter met ingang van 23 maart 2003 is herzien. Dit betekent dat dit besluit in rechte is komen vast te staan en dat rechtens vast staat dat de Svb vanaf die datum onverschuldigd kinderbijslag heeft betaald aan appellante.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4669 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], Engeland (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 juni 2008, 07/1505 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 12 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2010. Namens appellante is daarbij verschenen [naam neef], een neef van appellante. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Bos.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 3 februari 2006 heeft de Svb de aan appellante toegekende kinderbijslag ten behoeve van haar [dochter], geboren [in] 1993, met ingang van 23 maart 2003 beëindigd, omdat uit onderzoek zou zijn gebleken dat appellante vanaf die datum werkzaam was in Engeland en niet meer verzekerd was krachtens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Appellante heeft geen rechtsmiddelen aangewend tegen dit besluit. Bij brief van de dezelfde datum heeft de Svb aan appellante meegedeeld voornemens te zijn de onverschuldigd betaalde kinderbijslag terug te vorderen en een boete op te leggen.

1.2. Bij besluit van 17 november 2006 heeft de Svb de onverschuldigd betaalde kinderbijslag ad € 1.986,41 van appellante teruggevorderd. Tevens is aan appellante een boete van € 209,- opgelegd, omdat zij het feit dat zij met ingang van 23 maart 2003 is gaan werken in Engeland niet dan wel niet tijdig heeft gemeld aan de Svb.

1.3. Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft de Svb bij besluit van 2 mei 2008 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard.

3.1. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat het niet tijdig doorgeven van wijzigingen haar niet verweten kan worden, omdat er misbruik is gemaakt van haar identiteitspapieren. Zij stelt in Nederland te hebben verbleven en recht te hebben op kinderbijslag vanaf 23 maart 2003.

3.2. Ter zitting van de Raad is door de gemachtigde van de Svb meegedeeld dat de opgelegde boete niet wordt gehandhaafd, nu op grond van de overgelegde stukken niet nagegaan kan worden of appellante een verwijt kan worden gemaakt.

4. De Raad overweegt het volgende.

De boete

4.1. De Raad stelt vast dat de Svb de opgelegde boete van € 209,- niet langer handhaaft. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, voor zover betrekking hebbend op de boete, niet in stand kunnen blijven en in zoverre voor vernietiging in aanmerking komen. Voorts ziet de Raad aanleiding om het primaire besluit van

17 november 2006 te herroepen, voor zover betrekking hebbend op de boete.

De terugvordering

4.2. De Raad stelt voorts vast dat appellante geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van de Svb van 3 februari 2006, waarbij haar aanspraak op kinderbijslag voor [dochter] met ingang van 23 maart 2003 is herzien. Dit betekent dat dit besluit in rechte is komen vast te staan en dat rechtens vast staat dat de Svb vanaf die datum onverschuldigd kinderbijslag heeft betaald aan appellante.

4.3. De Svb is op grond van artikel 24 van de AKW gehouden tot terugvordering van onverschuldigd betaalde kinderbijslag. Slechts in geval van dringende redenen is de Svb ingevolge het vierde lid van artikel 24 van de AKW bevoegd geheel of gedeeltelijk af te zien van terugvordering. Zoals de Raad reeds meermalen heeft overwogen kunnen dringende redenen als hier bedoeld slechts zijn gelegen in de onaanvaardbaarheid van de -financiële en/of sociale- gevolgen die een terugvordering voor een verzekerde heeft. De Raad moet evenwel constateren dat gesteld noch gebleken is dat appellante ten gevolge van de terugvordering in een noodsituatie als hiervoor bedoeld terechtkomt, zodat geen sprake is van dringende redenen op grond waarvan gedeeltelijk van terugvordering afgezien kan worden.

4.4. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep, voor zover betrekking hebbend op de terugvordering, niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak in zoverre voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten, nu van voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak en het betreden besluit, voor zover betrekking hebbend op de opgelegde boete ad € 209,-;

Verklaart het beroep in zoverre gegrond;

Herroept het primaire besluit van 17 november 2006, voor zover betrekking hebbend op de boete ad € 209,-;

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;

Bepaalt dat de Svb aan appellante het betaalde griffierecht ad € 146,- dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2010.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) E. Heemsbergen.

JL