Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM4259

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-05-2010
Datum publicatie
17-05-2010
Zaaknummer
08-1767 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling datum toekenning bijstand. Geen bijzondere omstandigheden. Het standpunt van appellant dat hij in de periode voorafgaand aan zijn aanvraag als gevolg van zijn psychische problemen niet in staat was om zijn zaken te regelen of een aanvraag ingevolge de WWB in te dienen, is niet met objectieve medische gegevens onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/1767 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 15 februari 2008, 07/602 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst van de gemeenten Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo (hierna: dagelijks bestuur)

Datum uitspraak: 4 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.W. Brouwer, advocaat te Assen, hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 13 april 2010. Beide partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant ontving vanaf 6 december 2001 bijstand, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Bij besluit van 13 juli 2006 heeft het dagelijks bestuur appellant bericht dat hij met ingang van 12 juni 2006 geen recht meer heeft op bijstand op de grond dat hij verzuimd heeft inlichtingen te verstrekken. Appellant heeft op 27 oktober 2006 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Bij besluit van 11 januari 2007 is het bezwaar van appellant tegen dit besluit wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 27 maart 2007, 07/119, heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 11 januari 2007 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 21 augustus 2007 heeft de rechtbank het hiertegen ingestelde verzet ongegrond verklaard.

1.2. Op 11 december 2006 heeft appellant zich gemeld bij het Centrum voor werk en Inkomen (hierna: CWI) voor het aanvragen van bijstand. In de hierop gevolgde aanvraag heeft appellant verzocht de bijstand met ingang van 13 juni 2006 toe te kennen.

1.3. Bij besluit van 15 februari 2007, zoals gewijzigd bij besluit van 20 februari 2007, heeft het dagelijks bestuur appellant met ingang van 11 december 2006 bijstand toegekend. Het dagelijks bestuur heeft bij dit besluit overwogen dat er geen aanleiding is voor het verlenen van bijstand met ingang van een datum gelegen voor 11 december 2006 omdat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan kan worden afgeweken van de hoofdregel dat de bijstand wordt verleend met ingang van de aanvraagdatum.

1.4. Bij besluit van 7 juni 2007 heeft het dagelijks bestuur het bezwaar tegen het besluit van 15 februari 2007 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 7 juni 2007 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Volgens vaste rechtspraak van de Raad inzake toepassing van artikelen 43 en 44 van de WWB wordt in beginsel geen bijstand verleend over een periode voorafgaand aan de datum waarop de bijstandsaanvraag is ingediend en/of de melding bij het CWI heeft plaatsgevonden. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken wanneer bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.

4.2. De Raad is van oordeel dat van zodanige omstandigheden niet is gebleken. Het standpunt van appellant dat hij in de periode voorafgaand aan zijn aanvraag op 11 december 2006 als gevolg van zijn psychische problemen niet in staat was om zijn zaken te regelen of een aanvraag ingevolge de WWB in te dienen, is niet met objectieve medische gegevens onderbouwd, zodat de Raad daaraan voorbij zal gaan. Overigens heeft appellant op 27 oktober 2006 wel bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 juli 2006, zodat niet valt in te zien waarom toen geen aanvraag om bijstand kon worden ingediend.

4.3. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak moet dan ook worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2010.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) E. Heemsbergen.

AV