Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM3592

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-05-2010
Datum publicatie
07-05-2010
Zaaknummer
09-4742 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op een uitkering op grond van de Wet WIA. De Raad verenigt zich geheel met de overwegingen van de rechtbank omtrent de frequentie van de aanvallen, de tijd die nodig is om te herstellen en het te verwachten ziekteverzuim. Geen benoeming deskundige. Appellant kan de geduide functies verrichten. Van een gedwongen werktempo is geen sprake en appellant is niet beperkt geacht in handelingstempo. De Raad merkt voorts op dat alle functies uitsluitend in dagdienst worden vervuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4742 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 15 juli 2009, 08/8357 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 6 mei 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.M.M. Brouwer, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart 2010. Appellant is verschenen bij gemachtigde mr. Brouwer. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. J.J. Grasmeijer.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 17 juni 2008 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat hij per 19 november 2007 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet WIA omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is

1.2. Bij besluit op bezwaar van 9 oktober 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv het hiertegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen dat besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien het medische onderzoek door de verzekeringsartsen onzorgvuldig te achten. Evenmin zag zij aanknopingspunten dat het medische oordeel niet juist is. Met de epileptische aanvallen, de wegrakingen en lichte psychische klachten is rekening gehouden. Van een excessief ziekteverzuim is geen sprake. De rechtbank is voorts van oordeel dat het Uwv de geduide functies op goede gronden heeft gebruikt voor de schatting.

3. In hoger beroep heeft appellant gesteld dat hij soms twee keer per week epileptische aanvallen heeft en dat hij dan twee dagen moet herstellen. Er is dus sprake van excessief ziekteverzuim. Het Uwv heeft onvoldoende rekening gehouden met de absences, concentratieproblemen en spanningsklachten. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft hij een brief van de behandelend epilepsie verpleegkundige en de neuroloog van 25 januari 2010 overgelegd. Hij kan de geduide functies niet verrichten omdat er sprake is van wisselende werkzaamheden en gedwongen werktempo.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De Raad verenigt zich geheel met de overwegingen van de rechtbank omtrent de frequentie van de aanvallen, de tijd die nodig is om te herstellen en het te verwachten ziekteverzuim. De Raad voegt daar nog aan toe dat in het dossier onvoldoende aanknopingspunten zijn te vinden voor de conclusie dat de epileptische aanvallen vaker voorkomen dan twee à drie keer per maand en dat appellant er meer dan een dag ziek van is. Immers, de neuroloog P.B. Augustijn geeft in zijn brieven van 11 mei 2007 en 9 december 2007 aan dat onvoldoende inzicht te krijgen was in de aanvalsfrequentie, type aanvallen en compliance. Voorts heeft appellant tijdens de hoorzitting verklaard dat hij in april 2008 geen aanval heeft gehad en sinds mei 2008 eens per twee weken. De in hoger beroep overgelegde brief van de behandelend epilepsie verpleegkundige en de neuroloog van 25 januari 2010 leidt niet tot een ander oordeel. De brief ziet niet op de datum in geding en beschrijft voornamelijk de klachten van appellant en geen medisch geobjectiveerde bevindingen.

4.3. De Raad ziet dus ook geen reden om een deskundige te raadplegen.

4.4. Wat betreft de arbeidskundige kant van de zaak overweegt de Raad dat in de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige van 9 oktober 2008 overtuigend is beargumenteerd dat appellant de geduide functies kan verrichten. Van een gedwongen werktempo is geen sprake en appellant is niet beperkt geacht in handelingstempo. De Raad merkt voorts op dat alle functies uitsluitend in dagdienst worden vervuld.

4.5. Het hoger beroep slaagt dus niet.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2010.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) T.J. van der Torn.

JL