Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM2052

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-03-2010
Datum publicatie
23-04-2010
Zaaknummer
09-3714 WUBO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om vergoeding van de kosten verbonden aan de aanschaf van gehoorapparaten. De Raad acht het bestreden besluit op grond van de adviezen deugdelijk voorbereid en gemotiveerd. In de voorhanden zijnde medische en andere gegevens heeft de Raad geen aanknopingspunt gevonden om aan de juistheid van het door verweerster ingenomen standpunt te twijfelen. Voor het in beroep gehandhaafde standpunt van appellante dat er een verband bestaat tussen de gehoorklachten en de bij haar aanwezige psychische klachten is geen steun te vinden in de beschikbare gegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3714 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[Appellante], wonende te [woonplaats], Belgiƫ (hierna: appellante),

en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

Datum uitspraak: 25 maart 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een door verweerster onder dagtekening 24 april 2009, kenmerk BZ 8903, JZ/S70/2009, ten aanzien van haar genomen besluit ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 februari 2010. Daar is appellante niet verschenen en heeft verweerster zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Vooijs, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante, geboren in 1942 in het voormalige Nederlands-Indiƫ, is in oktober 2007 door verweerster erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wet en als zodanig in aanmerking gebracht voor, onder meer, de toeslag als bedoeld in artikel 19 van de Wet. In dat verband is aanvaard dat de bij appellante aanwezige psychische klachten in het vereiste verband staan met het ondergane oorlogsgeweld (te weten internering in Meteseh ten tijde van de zogenoemde Bersiap-periode).

1.2. In december 2008 heeft appellante bij verweerster een aanvraag ingediend om vergoeding van de kosten verbonden aan de aanschaf van gehoorapparaten.

1.3. Bij besluit van 2 februari 2009, zoals na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het thans bestreden besluit, heeft verweerster op de aanvraag afwijzend beslist op de grond - samengevat - dat de bij appellante aanwezige gehoorklachten niet in het vereiste verband staan met het ondergane oorlogsgeweld, maar duidelijk uit andere oorzaken zijn ontstaan.

2. De Raad dient antwoord te geven op de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen in beroep is aangevoerd, in rechte kan standhouden en overweegt als volgt.

2.1. Het in het bestreden besluit neergelegde standpunt van verweerster is in overeen-stemming met adviezen van een tweetal geneeskundig adviseurs van de Pensioen- en Uitkeringsraad, welke adviezen berusten op de van de artsen dr. D.B. Apfelbaum,

dr. J. Immanuel en dr. E. Schot verkregen informatie. Uit deze adviezen komt naar voren dat appellante sinds haar 60ste jaar kampt met gehoorklachten. Uit het door de NKO-arts dr. E. Schot in oktober 2008 bij appellante verricht audiometrisch onderzoek is gebleken dat er bij appellante sprake is van beiderzijds gehoorverlies, gebaseerd op presbyacusis (ouderdomsdoofheid). Deze aandoening berust op degeneratieve processen, waarvoor een verband met het oorlogsgeweld ontbreekt. Verder is overwogen dat de gehoorklachten ook niet in verband staan met de aanvaarde psychische klachten.

2.2. De Raad acht het bestreden besluit op grond van deze adviezen deugdelijk voorbereid en gemotiveerd. In de voorhanden zijnde medische en andere gegevens heeft de Raad geen aanknopingspunt gevonden om aan de juistheid van het door verweerster ingenomen standpunt te twijfelen. Voor het in beroep gehandhaafde standpunt van appellante dat er een verband bestaat tussen de gehoorklachten en de bij haar aanwezige psychische klachten is geen steun te vinden in de beschikbare gegevens.

3. Het voorgaande leidt de Raad tot de slotsom dat het bestreden besluit in rechte kan standhouden, zodat het beroep van appellante ongegrond moet worden verklaard.

4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuurecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2010.

(get.) G.L.M.J. Stevens.

(get.) P.W.J. Hospel.

HD