Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM1906

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-04-2010
Datum publicatie
22-04-2010
Zaaknummer
08-6946 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht (meer) op ziekengeld. De bva heeft bij het lichamelijk onderzoek van appellant geen bewegingsbeperking van de rug of radiculair patroon kon vaststellen en uit de brief van de neuroloog valt op te maken dat de rugklachten (ernstige lumbago) veruit op de voorgrond staan en dus geen klachten als gevolg van de hernia. De verzekeringsgeneeskundige protocollen arbeidsongeschiktheidswetten zijn niet van toepassing bij een beoordeling op grond van de ZW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/6946 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 31 oktober 2008, 08/1139 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 21 april 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. C.A. Pors, advocaat te Oud-Beijerland, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. P.C.E. van de Hoek, kantoorgenote van mr. Pors. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.L.J. Weltevrede.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant, die laatstelijk werkzaam is geweest als bankwerker, heeft zich op 1 oktober 2007 vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet ziek gemeld wegens nek- en rugpijn.

2. Bij besluit van 30 november 2007 heeft het Uwv aan appellant meegedeeld dat hem met ingang van 3 december 2007 geen ziekengeld ingevolge de Ziektewet (ZW) meer wordt uitgekeerd, omdat hij op en na deze datum niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn arbeid.

3. Bij besluit van 5 februari 2008 (het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 30 november 2007 ongegrond verklaard.

4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij in het bijzonder betekenis toegekend aan het standpunt van de betrokken verzekeringsartsen, die de van de huisarts verkregen informatie, waaronder de uitslag van een röntgenonderzoek van 12 oktober 2007, bij hun medisch oordeel hebben meegewogen. De rechtbank heeft de bezwaarverzekeringsarts gevolgd in haar conclusie dat de door appellant in beroep toegezonden medische informatie van de neuroloog Saxena geen reden is voor het aannemen van ongeschiktheid tot werken.

5. In hoger beroep heeft appellant gesteld dat de verzekeringsartsen zijn gezondheidstoestand per 3 december 2007 onjuist hebben beoordeeld. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft hij een verslag van een MRI-onderzoek van 2 april 2008 ingezonden. Appellant heeft erop gewezen dat de behandelend neuroloog een hernia met radiculair syndroom heeft vastgesteld. Voorts heeft hij een adviesbrief van 16 maart 2009 van de GGD met een rapport van een arbeidsmedisch en psychologisch onderzoek overgelegd op grond waarvan hij per 20 april 2009 een ontheffing van de arbeidsverplichting in het kader van de WWB heeft gekregen. Teslotte stelt appellant zich op het standpunt dat de verzekeringsartsen ten onrechte het verzekeringsgeneeskundig protocol Aspecifieke lage rugklachten niet hebben gevolgd.

6. De Raad overweegt als volgt.

6.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de aan dit oordeel in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. Het verslag van de MRI-scan heeft appellant al ingezonden in de beroepsfase als bijlage bij het rapport van 7 mei 2008 van zijn behandelend neuroloog. De Raad deelt, onder verwijzing naar de reactie van de bezwaarverzekeringsarts van 5 juni 2008, het oordeel van de rechtbank dat dit verslag en rapport geen aanleiding tot twijfel geven aan de juistheid van het medisch oordeel dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de bezwaarverzekeringsarts bij het lichamelijk onderzoek van appellant op 22 januari 2008 geen bewegingsbeperking van de rug of radiculair patroon kon vaststellen en dat uit de brief van 7 mei 2008 van de neuroloog valt op te maken dat de rugklachten (ernstige lumbago) veruit op de voorgrond staan en dus niet klachten als gevolg van de hernia.

6.2. Aan de door appellant ingezonden rapporten, die zijn opgemaakt in verband met een arbeidsmedisch onderzoek op grond van de WWB in het voorjaar van 2009 kan de Raad niet het door appellant gewenste gewicht toekennen. Zoals de bezwaarverzekeringarts in haar rapport van 19 mei 2009 opmerkt dateert dat onderzoek van ver na de in geding zijnde datum.

6.3. Zoals de Raad heeft overwogen in zijn uitspraak van 13 mei 2009, LJN BI3737 zijn de verzekeringsgeneeskundige protocollen arbeidsongeschiktheidswetten niet van toepassing bij een beoordeling op grond van de ZW. De grief dat het protocol Aspecifieke lage rugklachten niet is gevolgd treft dan ook geen doel.

6.4. Uit hetgeen in 6.1. tot en met 6.3. is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

7. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende;

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2010.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) I. Mos.

IvR