Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM1629

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-04-2010
Datum publicatie
20-04-2010
Zaaknummer
09-6370 WWB
Formele relaties
Tussenuitspraak bestuurlijke lus: ECLI:NL:CRVB:2009:BK3690, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaring verzoek om herziening. Griffierecht niet tijdig betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6370 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:54 in verbinding met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[Appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 november 2009, 08/1023

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage.

Datum uitspraak: 13 april 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft een verzoek om herziening ingediend van de door de Raad op 17 november 2009 tussen partijen gewezen uitspraak.

II. OVERWEGINGEN

In artikel 22 van de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het verzoek om herziening een griffierecht wordt geheven.

Bij brief van 2 december 2009 is appellante erop gewezen dat een griffierecht van € 110,-- is verschuldigd, en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn voldaan, bij voorkeur door middel van de aangehechte acceptgirokaart.

Bij aangetekende brief van 4 januari 2010 is appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening.

Omdat de aangetekende brief van 4 januari 2010 retour kwam, omdat deze niet is afgehaald, is de brief nogmaals verzonden op 1 februari 2010 per aangetekende en niet aangetekende post, naar het door appellante opgegeven adres.

De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald.

Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van S.M. van Ditmarsch als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 april 2010.

(get.) J.J.A. Kooijman.

(get.) S.M. van Ditmarsch.

Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

IvR