Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BM1596

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-04-2010
Datum publicatie
22-04-2010
Zaaknummer
09-5137 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herzieningsdatum WAO-uitkering. Niet gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden, op grond waarvan de WAO-uitkering per eerdere datum herzien had moeten worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5137 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 31 juli 2009, 08/5618 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 april 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H.C.S. van Deijk-Amzand, werkzaam bij FNV Bouw te Woerden, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Namens appellant zijn aanvullende stukken ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 maart 2010, waar appellant is verschenen samen met zijn raadsman. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door L. den Hartog.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in de aangevallen uitspraak heeft weergeven. De Raad volstaat thans met het volgende. In geding is het besluit van

22 oktober 2008 (hierna: bestreden besluit), waarbij het Uwv ongegrond heeft verklaard het bezwaar van appellant tegen het besluit van 11 juni 2008 (de Raad leest verbeterd: 14 juli 2008). Daarbij heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering met ingang van 27 december 2007 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

2. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak tot het oordeel gekomen dat het Uwv, gelet op artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), terecht heeft geoordeeld dat niet is gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden op grond waarvan het bestreden besluit niet in stand kan blijven.

3. Namens appellant is in hoger beroep herhaald dat de herzieningsdatum niet juist is, dat de beperkingen al sinds mei 1999 bestonden en dat het arbeidsongeschiktheidspercentage met terugwerkende kracht per 4 oktober 2000, zijnde de datum van de eerdere intrekking van de WAO-uitkering, dient te worden herzien naar 80 tot 100%. Ter ondersteuning is gewezen op de medische informatie uit 2007 van neuro- en revalidatiepsycholoog B. Heijligers en ergotherapeut P. Hollanders en zijn nog aanvullende stukken in geding gebracht.

4. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De door appellant in hoger beroep overgelegde informatie bevat evenmin nieuwe feiten of omstandigheden, nog daargelaten dat ingevolge artikel 4:6 van de Awb deze informatie bij het verzoek om herziening had dienen te worden overgelegd.

5. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen zodat als volgt moet worden beslist.

6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2010.

(get.) R.C. Stam.

(get.) D.E.P.M. Bary.

IvR